Levering en verpanding van toekomstige goederen
Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/5.3.2.1:5.3.2.1 Algemeen
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/5.3.2.1
5.3.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS474397:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
195. De levering bij voorbaat van een toekomstige vordering op de voet van art. 3:97 jo. 3:94 lid 1 BW vereist een daartoe bestemde akte en een mededeling daarvan aan de schuldenaar door de vervreemder of de verkrijger. De mededeling van de cessie aan de schuldenaar is een constitutief vereiste voor de voltooiing van de levering. Pas wanneer zowel de cessieakte is opgemaakt als mededeling is gedaan aan de schuldenaar, is de cessie voltooid. Dit mededelingsvereiste brengt met zich dat de identiteit van de toekomstige schuldenaar van de toekomstige vordering bekend moet zijn en vormt aldus een beperking op de mogelijkheid om toekomstige vorderingen bij voorbaat te cederen.1
196. De vestiging bij voorbaat van een openbaar pandrecht op een toekomstige vordering op naam geschiedt op overeenkomstige wijze als de openbare cessie bij voorbaat (art. 3:97 jo. 3:236 lid 2 jo. 3:94 lid 1 BW). De mededelingseis vormt op vergelijkbare wijze een beperking op de openbare verpanding van toekomstige vorderingen. Hetgeen hierna wordt opgemerkt over de openbare cessie geldt mutatis mutandis voor de openbare verpanding. In het bijzonder geldt ten aanzien van de openbare verpanding van toekomstige vorderingen niet dat zij moeten voortvloeien uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding.2