De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen (IVOR nr. 103) 2017/1.5:1.5 Plan van behandeling
De positie van aandeelhouders in beursvennootschappen (IVOR nr. 103) 2017/1.5
1.5 Plan van behandeling
Documentgegevens:
F.G.K. Overkleeft, datum 28-05-2017
- Datum
28-05-2017
- Auteur
F.G.K. Overkleeft
- JCDI
JCDI:ADS390594:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Hoofdstuk 2 wordt een korte schets gegeven van de relevante rechtsontwikkelingen met betrekking tot beursvennootschappen in het klassieke ondernemingsrecht in de periode tussen 1929 en 1971. Deze beschrijving strekt ertoe om een beginsituatie voor het onderwerp van het onderzoek te definiëren. Hoofdstuk 3 gaat over achtereenvolgens de ontwikkelingen in de politiek, economie, maatschappij en de (rechts)wetenschap in de jaren ’70, ’80 en ’90 van de vorige eeuw over wat de positie van aandeelhouders zou moeten zijn. Hier wordt de opkomst van de normatieve onderstroom beschreven om de positie van aandeelhouders te versterken. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de opkomst van de ‘law & economics’ beweging in het ondernemingsrecht en van de verschillende wijzen waarop deze opkomst in de Nederlandse ondernemingsrechtswetenschap is ontvangen. Hier wordt beschreven hoe de uit de law & economics stroming afkomstige ideeën en concepten een inspiratie vormden voor de verdere gedachtenvorming over de versterking van de positie van aandeelhouders.
Hoofdstuk 5 geeft een overzicht en analyse van de ontwikkelingen in de periode tussen 1999 en 2004. In dit hoofdstuk komen de lijnen die in hoofdstukken 3 en 4 zijn getrokken samen. Ook wordt in dit hoofdstuk de wijze beschreven waarop deze hervorming in het juridische kader haar beslag heeft gekregen. Hoofdstuk 6 gaat over wat daarna kwam. De belangrijkste ontwikkelingen die zich in de jaren na 2004 in het verlengde van de versterking van de positie van aandeelhouders hebben voorgedaan, in het bijzonder de opkomst van het verschijnsel aandeelhoudersactivisme, worden in vogelvlucht behandeld.
Hoofdstuk 7 bevat een rechtsvergelijkende beschouwing. In dit hoofdstuk worden de relevante ontwikkelingen in de jaren voor en na de eeuwwisseling in Duitsland en in het Verenigd Koninkrijk beschreven. Deze beschouwing is bedoeld om de Nederlandse ervaringen in hetzelfde tijdvak in een context te plaatsen. De keuze voor Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is ingegeven door de constatering dat het klassieke Nederlandse ondernemingsrecht (zie Hoofdstuk 2) belangrijke overeenkomsten met het Duitse ondernemingsrecht vertoont terwijl de herzieningen op het gebied van het ondernemingsrecht in de periode tussen 1999 en 2004 juist lijken te beogen om meer richting het Britse model op te schuiven. Door te analyseren welke keuzes er in dezelfde periode in Duitsland en in het Verenigd Koninkrijk zijn gemaakt en welke overwegingen aan die keuzes ten grondslag lagen kan worden beoordeeld in hoeverre de Nederlandse ervaring ‘uniek’ was en in hoeverre alternatieve benaderingen en ontwikkelingen mogelijk waren geweest. Hoofdstuk 8 sluit af met een aantal nadere beschouwingen, conclusies en aanbevelingen.