De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/3.1:3.1 Inleiding
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702103:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
J.E. Jansen, De actio Serviana en het Nederlandse privaatrecht: Drie opstellen over de historische wortels van het hedendaagse zekerhedenrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2017, p. 82.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk zijn de (huidige en nieuwe) verschijningsvormen van de schadedeskundigen in het overheidsaansprakelijkheidsrecht wegens rechtmatig handelen besproken. Na de lezing van dat hoofdstuk is duidelijk in welke wetten en regels de schadedeskundigen voorkomen en hoe hun benoeming en werkzaamheden er krachtens die wetten en regels uitzien. Na de lezing van dat hoofdstuk zou ook reeds moeten blijken dat de schadedeskundigen een behoorlijk voorname positie innemen in de onderscheidenlijke procedures. In dit hoofdstuk staat de historische herkomst van de huidige positie centraal. De deelvraag die in dit hoofdstuk wordt beantwoord, is of die huidige positie historisch te verklaren is en, indien dat het geval is, hoe die verklaring dan luidt. Om op het gebied van de nadeelcompensatie niet te verdwalen in de historie van allerlei nadeelcompensatieregelingen beperk ik het historisch onderzoek tot de in de praktijk belangrijkste nadeelcompensatiedeskundige: de planschadeadviseur.
Ook buiten de door mij gestelde onderzoeksdoelen, beschouw ik een historisch onderzoek waardevol. Weten hoe een regel of handelswijze geworden is zoals die geworden is, is vaak ook weten of de regel of handelswijze moet blijven zoals die is.1 In die zin is het verleden een kompas voor de toekomst. Ook in dit geval kan historisch onderzoek bijdragen aan het begrip van de hedendaagse – ogenschijnlijk belangrijke en bijzondere – positie van de schadedeskundigen.
Ik heb bij het schrijven van dit hoofdstuk, net als bij hoofdstuk 2, zoveel mogelijk een tweedeling aangehouden tussen enerzijds de onteigeningsdeskundige en anderzijds de planschadeadviseur. De reden daarvoor, ik herhaal hier kortheidshalve datgene wat in § 1.7 reeds uitvoerig aan de orde is gekomen, is dat beide deskundigen weliswaar deel uitmaken van dezelfde rechtsfamilie: het aansprakelijkheidsrecht voor rechtmatig overheidshandelen, maar toch door een fundamenteel andere set juridische regels worden genormeerd.
Het eerste gedeelte van dit hoofdstuk (§ 3.2 t/m § 3.5) handelt over de oorsprong en de ontwikkeling van de onteigeningsdeskundige. Het tweede gedeelte van het hoofdstuk (§ 3.6 t/m § 3.8) handelt over de oorsprong en de ontwikkeling van de planschadeadviseur. Tenslotte bevat § 3.9 een conclusie en vooruitblik naar het volgende hoofdstuk.