Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/5.6.1
5.6.1 Inleiding
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS479307:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Zie MvT, Kamerstukken II 1984/85, 19 144, nr. 1-3, p. 5-7, voor de regeling van octrooi.
Zo ook Le Poole 2002; en Van Engelen 2008, p. 153.
TM, Parl. Gesch. Boek 3, p. 96. In deze zin ook Kort Begrip 2014/146.
MvT, Kamerstukken II 1984/85, 19 144 (R 1297), nr. 1-3, p. 6. Zie ook Hoorneman 2002.
TM, Parl. Gesch. Boek 3, p. 96.
Vgl. art. 65 ROW; art. 14 lid 3 Tw; art. 65 ZPW 2005; art. 2.33 en 3.27 BVIE. Zie ook MvT, Kamerstukken II 1984/85, 19 144 (R 1297), nr. 1-3, p. 6; en Asser/Bartels & Van Mierlo 3-IV 2013/103.
240. De verscheidene bijzondere wetten omtrent intellectuele eigendomsrechten bevatten in de regel enkele bepalingen over het desbetreffende recht als onderdeel van het vermogen. Voor zover in deze regelingen niet daarvan is afgeweken, is het ‘gemene recht’ van toepassing.1 De rechten op voortbrengselen van de geest zijn in zoverre ingebed in het algemeen vermogensrecht. Naar een bepaling over de levering van toekomstige rechten zoekt men echter tevergeefs. Op dit punt moet worden teruggevallen op het algemene vermogensrecht. Voor deze vermogensrechten van eigen aard geldt daarom eveneens het uitgangspunt van art. 3:97 lid 1 BW, zodat zij in beginsel bij voorbaat kunnen worden geleverd.2
De mogelijkheid om toekomstige voortbrengselen van de geest bij voorbaat te leveren, wordt niet geraakt door de uitsluiting van toekomstige registergoederen (art. 3:97 lid 1 BW). Hoewel bij sommige intellectuele eigendomsrechten een register is betrokken, vormt geen van hen een registergoed in de zin van art. 3:10 BW. De Toelichting Meijers zorgt hier echter voor verwarring door octrooien en modelrechten juist uitdrukkelijk te noemen als voorbeelden van registergoederen.3 Die voorbeelden zijn naar de huidige stand van het recht onjuist. In de parlementaire toelichting op de ROW wordt de opmerking van Meijers ook uitdrukkelijk van de hand gewezen.4 Voor kwalificatie als registergoed in de zin van art. 3:10 BW is vereist dat de inschrijving in daartoe bestemde openbare registers noodzakelijk is voor de overdracht of bezwaring van de goederen. De openbare registers waar art. 3:10 BW op doelt, worden aangewezen krachtens art. 3:16 BW jo. 8 lid 1 KadW. De openbare registers zijn aldus slechts de registers van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken, schepen en luchtvaartuigen en op de rechten waaraan die onderworpen zijn, alsmede het register van voorlopige aantekeningen in de zin van art. 3:20 BW. De registers waarin octrooien en topografierechten (het octrooiregister), kwekersrechten (het rassenregister), of merken (merkenregister) en tekeningen of modellen (modellenregister) kunnen worden ingeschreven, zijn – bij de huidige stand van zaken – geen “openbare registers” in de zin van art. 3:10 BW, ongeacht of zij openbaar zijn in de zin dat zij door eenieder raadpleegbaar zijn. Daarnaast dient de inschrijving een noodzakelijke voorwaarde te zijn voor de overdracht of vestiging van het goed. Van noodzakelijkheid is geen sprake indien de overdracht of vestiging zonder inschrijving tot stand komt, maar de inschrijving de overdracht of vestiging slechts een krachtiger werking zou geven, zoals haar werking ten opzichte van derden.5 Van dit laatste is juist sprake bij de overdracht of bezwaring van octrooien, topografierechten, kwekersrechten, merkrechten en modelrechten. De inschrijving is niet vereist voor het tot stand brengen van de overdracht of vestiging, maar dient slechts tot het verschaffen van de derdenwerking daaraan.6
De bijzondere wetten bevatten geen uitdrukkelijke beperkingen, zodat voor de mogelijkheid om toekomstige intellectuele eigendomsrechten bij voorbaat te leveren slechts beslissend is of de voorgeschreven formaliteiten bij voorbaat kunnen worden verricht. In navolging van hoofdstuk 3 zullen op deze plaats slechts worden behandeld het auteursrecht en de daaraan verwante naburige rechten enerzijds en het octrooirecht anderzijds.