HR, 09-08-2013, nr. 12/05576
ECLI:NL:HR:2013:371
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
09-08-2013
- Zaaknummer
12/05576
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2013:371, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑08‑2013; (Artikel 81 RO-zaken, Cassatie)
- Vindplaatsen
NTFR 2013/1571
FutD 2013-2027
Viditax (FutD) 2013080918
Uitspraak 09‑08‑2013
Inhoudsindicatie
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan m.t.v. artikel 81, lid 1 RO.
Partij(en)
Hoge Raad der Nederlanden
Derde Kamer
Nr. 12/05576
9 augustus 2013
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 26 oktober 2012, nr. 12/00015, betreffende aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en in de premie ingevolge de Ziekenfondswet.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende zijn voor het jaar 2005 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en een aanslag in de premie ingevolge Ziekenfondswet opgelegd, welke aanslagen, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur zijn gehandhaafd.
De Rechtbank te Breda (nr. AWB 10/3872) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd, de aanslagen verminderd en voor het jaar 2005 een verlies vastgesteld.
De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het tegen de uitspraak van de Inspecteur ingestelde beroep ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ‘s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2013.