De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/2.2:2.2 De achtergronden van de bij dode opgerichte stichting in Nederland
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/2.2
2.2 De achtergronden van de bij dode opgerichte stichting in Nederland
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232453:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Grinten 1943; W.L. Haardt, ‘De Stichting’, Rechtsgeleerd Magazijn Themis, 1943, p. 22-55. Vgl. ook Duynstee 1978, p. 60.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het onderzoek naar de achtergronden van de stichting in Nederland valt op dat de stichting zich in ons land heeft ontwikkeld van doelvermogen naar organisatievorm voor een bepaald doel.
Zeker tot aan de Eerste Wereldoorlog was ook in Nederland het doelvermogen de enige verschijningsvorm van de stichting. Bij de stichting als doelvermogen vormen vermogen en stichting een twee-eenheid. Sinds het interbellum kan de stichting in Nederland echter beter worden omschreven als ‘doelorganisatie’. Dat wil zeggen dat de stichting haar bestaansrecht niet meer (uitsluitend) ontleent aan haar vermogen, maar aan het zijn van een entiteit met rechtspersoonlijkheid die in staat is aan een veelheid van taken en bevoegdheden inhoud te geven.1 Voordat ik het juridische kader schets, ga ik eerst in op de vraag hoe de stichting zich heeft kunnen ontwikkelen tot doelorganisatie. Het antwoord op die vraag is te vinden in het ontbreken van overheidsbemoeienis bij de oprichting van de stichting en tijdens haar bestaan. Daarnaast bestond in de crisisjaren van voor de Tweede Wereldoorlog behoefte aan een flexibele rechtspersoon.
2.2.1 Maatschappelijke achtergronden2.2.2 Het juridische kader