NJB 2015/1349
Roekeloosheid, art. 6 jo. 175 WVW 1994: in casu ontoereikende bewijsvoering voor roekeloosheid. Onvoldoende in casu voor het bewijzen van roekeloosheid zijn de omstandigheden dat de verdachte een personenauto heeft bestuurd terwijl hij zeven keer de toegestane hoeveelheid alcohol had gedronken, dat hij minstens 147 km per uur heeft gereden waar 100 km was toegestaan, en dat hij een auto bestuurde van een type waarmee hij geen enkele ervaring had
HR 30-06-2015, ECLI:NL:HR:2015:1772
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30 juni 2015
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, B.C. de Savornin Lohman, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
14/01590
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:1772, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑06‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:980, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑05‑2015
- Wetingang
Essentie
Roekeloosheid, art. 6 jo. 175 WVW 1994: in casu ontoereikende bewijsvoering voor roekeloosheid. Onvoldoende in casu voor het bewijzen van roekeloosheid zijn de omstandigheden dat de verdachte een personenauto heeft bestuurd terwijl hij zeven keer de toegestane hoeveelheid alcohol had gedronken, dat hij minstens 147 km per uur heeft gereden waar 100 km was toegestaan, en dat hij een auto bestuurde van een type waarmee hij geen enkele ervaring had
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, (de Rijksweg A4), zich zodanig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.