NJB 2025/319
Gebruik van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs in belastingzaken.
HR 31-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:154
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 januari 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Kuiper
- Zaaknummer
22/04816
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:154, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:1076, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑11‑2023
- Wetingang
(Goede procesorde)
Essentie
Gebruik van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs in belastingzaken.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Zozeer-indruistcriterium
4.2
Het eerste onderdeel van het middel komt erop neer dat het hiervoor (…) oordeel dient te worden genuanceerd in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak WebMindLicenses. Uit dat arrest zou volgens het onderdeel volgen dat strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal bij schending van een door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie beschermd recht ook in een belastingprocedure buiten beschouwing moet blijven. Het onderdeel faalt op de gronden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.