De uitleg van Anglo-Amerikaanse Boilerplate-bedingen in Nederlandse contracten (O&R nr. 121) 2020/1.3
1.3 Methoden en werkwijze
mr. drs. J.W.A. Dousi , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J.W.A. Dousi
- JCDI
JCDI:ADS198211:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Pintens 1998, p. 74; Husa 2015, p. 100-102; Odekerk 1999, p. 34-39.
Zweigert & Kotz 1998, p. 34.
Pintens 1998, p. 85; Husa 2015, p.119.
Dat zijn het entire agreement-beding, het negotiate in good faith-beding, de exoneratie voor indirect damages, het representations and warranties-beding, het subject to contract-beding en het force majeure-beding.
G. van Dijck, S. van Gulijk & M.M. Prinsen, ‘Wat doen juridische onderzoekers? Een empirische blik.’ Recht der Werkelijkheid, 2010/10; G. van Dijck, ‘Naar een succesformule voor empirisch-juridisch onderzoek’, Justitiële Verkenningen 2016/6.
Zie bijvoorbeeld Tjittes 2018; Schelhaas & Valk 2017; Wallart 2013; Uijen 2010.
10. Dit onderzoek is juridisch dogmatisch van opzet. Met andere woorden, het onderzoek bestudeert het geldende positieve recht zoals dat is neergelegd in geschreven en ongeschreven nationale regels en in rechtelijke uitspraken en zoals dat is voorzien van commentaar in de literatuur.1 De bestudering is gericht op het systematisch in kaart brengen van het bestaande recht. Waar nodig doe ik voorstellen tot aanvulling of aanpassing daarvan. De gebruikte bronnen (wet, parlementaire geschiedenis, jurisprudentie en literatuur) heb ik gevonden door systematisch zoekopdrachten uit te voeren in diverse digitale databases. Werden in deze bronnen weer andere bronnen genoemd, dan heb ik ook deze geraadpleegd (de zogenoemde ‘sneeuwbalmethode’).
11. Het onderzoek bevat een belangrijk rechtsvergelijkend component, omdat de kern van mijn onderzoek bestaat uit de vraag hoe een buitenlands contractsbeding in een Nederlands contract moet worden uitgelegd en hoe hierbij de buitenlandse herkomst als gezichtspunt een rol kan spelen. Ik heb hiervoor rechtsvergelijkend onderzoek verricht met het Amerikaanse en Engelse contractenrecht, omdat dit onderzoek zich specifiek richt op Anglo-Amerikaanse boilerplate-bedingen.
Het rechtsvergelijkend onderzoek in hoofdstuk vier bestaat uit een korte schets van het Amerikaanse en Engelse contractenrecht. Hierbij worden de overeenkomsten en verschillen met het Nederlandse contractenrecht aangestipt. De rechtsvergelijking in dit onderzoek is niet gericht op een volledige beschrijving van deze rechtsstelsels, maar dient louter als context voor de bespreking van de herkomst en functie van enkele specifieke boilerplate-bedingen die in deel twee van het onderzoek aan de orde komen.
De rechtsvergelijking in dit onderzoek is een zogenoemde ‘micro-vergelijking’ waarbij individuele rechtsregels worden vergeleken, in plaats van een ‘macro-vergelijking’ waarbij op een meer abstract niveau het functioneren van rechtsstelsels of rechtsfamilies met elkaar worden vergeleken, zonder daarbij concrete rechtsvragen te beantwoorden.2 Aan de hand van een microvergelijking vindt in dit onderzoek een vergelijking plaats van rechtsregels uit het Nederlandse en Anglo-Amerikaanse recht.
12. Bij het rechtsvergelijkend onderzoek is gebruik gemaakt van de ‘functionele methode’. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt tussen rechtsregels uit het Nederlandse recht en rechtsregels uit het Anglo-Amerikaanse recht die dezelfde functie vervullen.3 De functionele methode kenmerkt zich doordat deze niet vertrekt vanuit rechtsregels vastgelegd in wetten of jurisprudentie, maar vanuit een concrete vraagstelling. Het doel is om te achterhalen hoe een concreet juridisch probleem in de vergeleken rechtsstelsels wordt opgelost.4 Door te kijken naar de wijze waarop een juridisch probleem in een rechtsstelsel wordt opgelost, in plaats van het zoeken naar een exacte evenknie, kunnen rechtsstelsels met elkaar vergeleken worden zelfs als de rechtsstelsels anders zijn gestructureerd of gebruik maken van andere concepten. Indien een functioneel equivalent wordt gevonden is een vergelijking mogelijk.
De keuze voor de functionele methode vloeit in belangrijke mate voort uit het onderwerp van dit onderzoek. Onderzocht wordt of de Anglo-Amerikaanse herkomst en functie van een Anglo-Amerikaans boilerplate-beding gezichtspunten kunnen zijn bij de uitleg van dit beding naar Nederlands recht. Voor de in dit onderzoek onderzochte boilerplate-bedingen moet de rechtsvergelijking kennis opleveren van de functie van deze boilerplate-bedingen in de Anglo-Amerikaanse rechtssfeer. Met andere woorden, voor welk juridisch probleem of risico nemen contractspartijen in de Anglo-Amerikaanse rechtspraktijk een boilerplate-beding op? Wat proberen zij met het boilerplate-beding contractueel ‘te regelen’? Met de kennis van de Anglo-Amerikaanse herkomst en functie van de besproken boilerplate-bedingen, worden in dit onderzoek vervolgens aanbevelingen gedaan voor hoe deze boilerplate-bedingen kunnen worden uitgelegd naar Nederlands recht, ervan uitgaande dat de Anglo-Amerikaanse standaardbetekenis hierbij een (belangrijk) gezichtspunt is.
Kennis van het Amerikaanse recht heb ik onder meer opgedaan tijdens een master Amerikaans recht (LL.M) aan Columbia University in New York City en tijdens mijn studie voor de New York Bar Exam. Ook heb ik negen maanden als visiting scholar onderzoek gedaan aan de University of Iowa in de Verenigde Staten. In aanvulling op het literatuuronderzoek heb ik in Iowa over dit onderzoek kunnen spreken met onder meer prof. Reitz, prof. Gallanis, prof. Burton, prof. Diamantis, en prof. Schill. Voor het Engelse recht heb ik twee maanden als visiting scholar onderzoek gedaan aan de University of Oxford waar ik verbonden was aan het Commercial Law Centre van Harris Manchester College. Daar heb ik over dit onderzoek kunnen spreken met onder meer prof. McKendrick, prof. Peel en prof. Cartwright.
13. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van zes deelstudies (case studies). In de hoofstukken 5 t/m 10 staat telkens één boilerplate-beding centraal.5 In deze deelstudies zal voor ieder van deze boilerplate-bedingen worden onderzocht of ze een Anglo-Amerikaanse standaardbetekenis hebben en of deze standaardbetekenis als (zwaarwegend) gezichtspunt kan dienen bij de uitleg van het Anglo-Amerikaanse boilerplate-beding naar Nederlands recht.
Het doel van deze deelstudies is tweeledig. Niet alleen is het doel om voor ieder van deze vaak voorkomende boilerplate-bedingen concrete aanbevelingen te doen voor de uitleg van deze bedingen. Het doel is ook om aan de hand van deze deelstudies te kijken of er algemene richtlijnen zijn die inzichtelijk maken onder welke omstandigheden de Anglo-Amerikaanse standaardbetekenis als gezichtspunt kan dienen bij de uitleg van deze bedingen naar Nederlands recht en in hoeverre dit gezichtspunt onder bepaalde omstandigheden zwaarder kan of moet wegen. Het onderzoek beoogt aan de hand van deze deelstudies dus enkele algemeen toepasbare conclusies te trekken ten aanzien van de uitleg van Anglo-Amerikaanse boilerplate-bedingen in Nederlandse contracten.
14. Dit onderzoek heeft in zekere zin ook een juridisch-empirisch component. Er is immers gebruik maakt van enkele sociaalwetenschappelijke methoden en technieken, zoals interviews en case studies.6 Een belangrijke kanttekening is hier echter op zijn plaats. Het empirische gehalte in dit proefschrift is slechts beperkt. Zo is het aantal geïnterviewden gering. De interviews zijn slechts gebruikt om meer achtergrondinformatie te krijgen over het Anglo-Amerikaanse recht, omdat deze rechtsstelsels zich, mede door hun common law-karakter, moeilijker laten ontwaren uit handboeken. Ook de in dit proefschrift gebruikte case studies van de zes verschillende boilerplate-bedingen zijn niet noodzakelijkerwijs bedoeld een representatieve steekproef te zijn. De keuze voor deze zes boilerplate-bedingen is evenwel gebaseerd op de frequentie waarin deze bedingen in de relevante literatuur7 aan de orde komen, alsmede door de frequentie dat deze bedingen – in mijn ervaring als advocaat en bedrijfsjurist – in de praktijk worden gebruikt. Bovendien zal op basis van deze zes case studies wel worden getracht enkele algemeen toepasbare conclusies te trekken ten aanzien van de uitleg van Anglo-Amerikaanse boilerplate-bedingen in Nederlandse contracten.