Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.1:8.1 Inleiding
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232777:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Meer specifiek het recht van Engeland en Wales.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk bespreekt de trustachtige figuren als beschermingsfiguur. Aangezien ik hier het oog heb op rechtsfiguren die kwalificeren als afgezonderd particulier vermogen of APV in de zin van artikel 2.14a Wet IB 2001 zal ik eenvoudshalve ook wel spreken van APV, hoewel deze term in het civiele recht niet voorkomt. In het navolgende zal ik ingaan op twee vormen van APV’s, te weten allereerst de Nederlandse stichting in het kader van de vraag of deze zodanig vormgegeven kan worden dat sprake is van een APV. Omdat het Nederlandse recht echter niet een echte APV-variant kent, zal ik tevens de rechtsfiguur bespreken die de wetgever geïnspireerd heeft tot het invoeren van de APV-regeling: de Anglo-Amerikaanse trust. Daarbij ga ik uit van het Engelse recht, aangezien de Anglo-Amerikaanse trust daarin zijn oorsprong vindt.1
Een beschrijving van deze APV-varianten wordt gevolgd door een bespreking van in hoeverre deze figuren geschikt zijn als beschermingsfiguur, van de wijze waarop zij de zeggenschap van de rechthebbende beperken en van de aanwezigheid van dan wel de noodzaak tot het treffen van een beheersregeling die het evenwicht tussen de bij het APV betrokken belangen bewaart. Ten slotte wordt ook voor het APV gekeken in hoeverre een legitimaris door middel van een beroep op zijn legitieme portie kan afdoen aan de doeltreffendheid van een APV als beschermingsfiguur.