NJB 2025/2701:Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie vanwege bij de jeugdige verdachte gewekt vertrouwen dat hij niet zou worden vervolgd? Ook als er in casu van wordt uitgegaan dat door of namens het openbaar ministerie een toezegging is gedaan dat de verdachte niet zou worden vervolgd, staat dit niet aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de weg, omdat het gerechtshof op grond van art. 12i Sv heeft bevolen dat vervolging zal worden ingesteld voor de belediging van de twee opsporingsambtenaren. Het openbaar ministerie is verplicht aan zo’n bevel gevolg te geven op grond van art. 77e lid 5 Sr. In dat geval houdt de rechter, als hij een straf oplegt, rekening met de voltooide deelneming aan het Halt-traject. Art. 40 lid 3, aanhef en onder b, IVRK leidt niet tot een andere uitkomst, nu het voorschrift van art. 77e lid 5 Sr daarmee niet onverenigbaar is.