De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/12.2.2.2:12.2.2.2 Leges specialis
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/12.2.2.2
12.2.2.2 Leges specialis
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372126:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken 31058, nr. 3, p. 107 jo. 112.
Art. 2:341a BW en art. 2:343b BW.
Kamerstukken 31058, nr. 3, p. 107 jo. 112.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet bevat verschillende specifieke regelingen ten aanzien van de (rechts)gevolgen van de vernietiging van rechterlijke uitspraken. Deze regelingen lijken te bevestigen dat de hoofdregel van art. 3:53 BW, dat een vernietiging terugwerkende kracht heeft, ook geldt voor de vernietiging van rechterlijke uitspraken. Meer specifiek lijkt te wetgever het steeds nodig te vinden om uitzonderingen op die hoofdregel expliciet in de wet op te nemen.
Dat kwam duidelijk naar voren bij de aanpassing van de geschillenregeling ter gelegenheid van de flexibilisering van het BV-recht. De wetgever stond toen stil bij het feit dat, indien een toewijzend vonnis in eerste aanleg wordt uitgevoerd, aandelen ten titel van dat vonnis worden overgedragen. Als dat vonnis vervolgens wordt vernietigd, zo redeneerde de wetgever,1 dan komt daarmee de titel voor de overdracht te vervallen en daarmee de overdracht zelf en wel met terugwerkende kracht. Dat achtte de wetgever bezwaarlijk, omdat daardoor ook allerlei andere rechtsfeiten worden geraakt, zoals stemmingen in de algemene vergadering, winstuitkeringen, overdracht van de aandelen aan (andere) derden. Met het oog daarop is expliciet in de wet vastgelegd2 dat na vernietiging van een dergelijk vonnis de ten uitvoering daarvan verrichte rechtshandelingen in stand blijven. In plaats daarvan ontstaat, net als bij ontbinding, voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking. Indien dat bezwaarlijk is of de billijkheid zulks anderszins vordert, kan deze verplichting worden beperkt of uitgesloten door de rechter. De desbetreffende rechter kan aan een partij die daardoor onbillijk wordt bevoordeeld, de verplichting opleggen tot een uitkering in geld aan de partij die wordt benadeeld. Deze regeling is mede geïnspireerd op art. 3:53 lid 2 BW.3
Deze regeling doet denken aan art. 1:384 BW. Die bepaling ziet op de vernietiging van een beschikking waarin iemand wegens een geestelijke stoornis, verkwisting, of drankmisbruik onder curatele is gesteld. Art. 1:384 BW bepaalt dat een dergelijke curatele eindigt daags nadat het verzoek tot ondercuratelestelling alsnog wordt afgewezen. Ook de handelingen van de curator blijven bindend voor de onder curatele gestelde.
De regeling ten aanzien van faillissementscuratoren lijkt daar weer op, maar is net iets anders. In art. 13 Fw is vastgelegd dat de persoon, die failliet werd verklaard, is gebonden aan de handelingen die curator heeft verricht ondanks de vernietiging van een uitspraak waarin het faillissement is uitgesproken en de curator is benoemd. Het ratio van deze bepaling wordt in de literatuur verklaard door het feit dat de vernietiging van een vonnis waarin een faillissement wordt uitsproken terugwerkende kracht heeft en wel in de zin dat de desbetreffende partij wordt geacht nooit failliet te zijn geweest.4
Ook het in par. 12.2.2.1 besproken art. 2:359 lid 2 BW en de wetsgeschiedenis daarbij impliceren dat de vernietiging van een enquêtebeschikking terugwerkende kracht heeft.
Hoewel de wetgever dat niet expliciet maakt, zou men kunnen concluderen dat de wetgever het systeem van art. 3:53 BW volgt, indien het gaat om de gevolgen van de vernietiging van een civielrechtelijke uitspraak: een dergelijke vernietiging heeft terugwerkende kracht, tenzij anders is bepaald. In de volgende paragraaf komt ter sprake dat dit ook lijkt te volgen uit de rechtspraak van de Hoge Raad.