NJ 1923, p. 738
Oplichting.
HR 19-03-1923, ECLI:NL:HR:1923:209
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 maart 1923
- Magistraten
Mrs. Nijpels, Savelberg, Feith, Visser en Taverne
- Zaaknummer
[19031923/NJ_1923,_p._738]
- Conclusie
Mr. Tak
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1923:209, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑03‑1923
- Wetingang
(Sr art. 326.)
Essentie
Oplichting.
Samenvatting
De uitdrukkingen „listiglijk" en „bedriegelijk" in de dagvaarding, hebben een zuiver feitelijke beteekenis en zijn geen qualificaties.
Waar gesteld is, dat het geheel van bekl.’s gedragingen listiglijk en bedriegelijk was, is daarmee geenszins in strijd dat verschillende door bekl. gedane mededeelingen waarheid bevatten; immers, ook ware mededeelingen kunnen dienen om een list te doen slagen en het samenstel van handelingen verliest dan het karakter van list en bedrog niet.
Voorgaande uitspraak
A. K., requirant van cassatie tegen een ten zijnen laste gewezen arrest van het Gerechtshof te 's Gravenhage van den 20 December 1922, waarbij hij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.