Einde inhoudsopgave
Openbaarmaking van koersgevoelige informatie (VDHI nr. 107) 2011/4.5.5
4.5.5 Varia
Mr. G.T.J. Hoff, datum 23-02-2011
- Datum
23-02-2011
- Auteur
Mr. G.T.J. Hoff
- JCDI
JCDI:ADS499958:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 6901/1 van Euronext Rule Book I.
Een bekend voorbeeld uit het verleden is het zogeheten 'wybertje' waarmee de notering van het fonds CSM in de Officiële Prijscourant van de Vereniging voor de Effectenhandel in 1994 werd voorzien, nadat CSM geweigerd had in te stemmen met de nieuwe Bijlage X bij het Fondsenreglement waarin een verbod op niet-royeerbare certificaten van aandelen voorkwam. Zie hiervoor § 4.5.4.
Zie art. 6901/2 van Euronext Rule Book I.
Zie art. A-2706/1 van het Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book
Zie art. A-2710/1 van het Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book II).
Zie art. A-2710/2 van het Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book II).
Tot besluit van de bespreking van de marktreglementering van Euronext Amsterdam wordt nog aandacht besteed aan enkele onderwerpen die nauw zijn verbonden met de toelating tot de officiële notering.
Handels- en noteringsmaalregelen
Euronext Amsterdam kan iedere maatregel treffen die zij noodzakelijk acht om een eerlijke, ordelijke en efficiënte werking van haar markten te bewerkstelligen.1 De uitgevende instelling wordt zo snel mogelijk van de getroffen maatregel op de hoogte gesteld. Tot de in de marktreglementering van Euronext Amsterdam genoemde maatregelen behoren onder meer: (a) het opleggen van speciale voorwaarden aan de uitgevende instelling teneinde te bewerkstelligen dat de beursregels of de verplichtingen voortvloeiend uit de noteringsovereenkomst worden nageleefd, (b) de notering voorzien van een speciale aanduiding,2 (c) de handel schorsen of (d) de effecten uit de notering halen en de noteringsovereenkomst opzeggen.3 Bepaald is nog dat Euronext Amsterdam van de onder (a) en (b) vermelde maatregelen slechts gebruik zal maken in de gevallen als vermeld in Euronext Mededelingen 2003-58 en 2004-013.4 Bij Mededeling 2009-001 heeft Euronext Amsterdam haar beleid met betrekking tot het nemen van deze noteringsmaatregelen aangepast. In deze laatste mededeling wordt ingegaan op de toepassing van de noteringsmaatregelen in geval van surseance van betaling en faillissement van de uitgevende instelling, de gevolgen en de duur van de noteringsmaatregel alsook de voorwaarden waaraan een uitgevende instelling met een negatief eigen vermogen moet voldoen teneinde te voorkomen dat een noteringsmaatregel wordt getroffen (zie verder § 6.3.2 onder (vii)).
Het treffen van de maatregelen als vermeld onder (a) tot en met (c) heeft geen invloed op de verplichting van uitgevende instellingen om koersgevoelige informatie onverwijld openbaar te maken (art. 5:25i Wft). Slechts de noteringsmaatregel als vermeld onder (d) heeft de beëindiging van de openbaarmakingsplicht van koersgevoelige informatie tot gevolg (zie verder § 4.8). Uit de wijze waarop deze noteringsmaatregel is geformuleerd, blijkt dat Euronext Amsterdam van oordeel is dat daarvoor een tweeledige handeling verricht dient te worden: zowel een beslissing om de effecten uit de notering te doen vervallen als de opzegging van de noteringsovereenkomst.
Beroep tegen noteringsbeslissingen
Tegen besluiten van Euronext Amsterdam omtrent de toelating van effecten tot de notering of het doen vervallen van effecten uit de notering staat slechts de weg naar de burgerlijke rechter open. Zonder dat daarop een toelichting in de wetsgeschiedenis is gegeven, is het voorheen opengestelde beroep op de AFM in de Wet op het financieel toezicht komen te vervallen.5 Naar mag worden aangenomen, zal de hiervoor in § 4.5.4 besproken CSM-procedure daaraan een belangrijke bijdrage geleverd hebben. Gelet op het feit dat in Nederland in 1983 uitdrukkelijk gekozen is voor een hoofdzakelijk privaatrechtelijke reglementering van de beurshandel en deze keuze onder vigeur van de Wet op het financieel toezicht gehandhaafd is, ligt deze rechtsgang — ondanks de invloed die op grond van de Wet op het fmancieel toezicht op deze marktreglementering uitgaat — ook voor de hand.
Gebondenheid van uitgevende instellingen aan wijzigingen van de marktreglementering
Een voor de rechtspraktijk belangrijke vraag is of een uitgevende instelling gebonden is aan wijzigingen van de marktreglementering van Euronext Amsterdam die plaatsvinden nadat de noteringsoverenkomst is gesloten. In het Algemeen Reglement Euronext Amsterdam Stock Market (Rule Book II) wordt in dit verband een onderscheid gemaakt tussen: (i) wijzigingen die noodzakelijk zijn op grond van (a) Europese richtlijnen inzake het effectenverkeer, (b) aanwijzingen van de AFM op grond van art. 1:75 lid 1 onderdeel f Wft en (c) andere relevante nationale wettelijke bepalingen inzake het effectenverkeer die doorwerking naar uitgevende instellingen behoeven en (ii) andere wijzigingen. Euronext Amsterdam kan de eerste soort wijzigingen na overleg en de tweede soort wijzigingen in overleg met de Adviesraad (bestaande uit vertegenwoordigers van uitgevende instellingen) en de Representatieve Organisaties (van uitgevende instellingen) doorvoeren. Onder 'na overleg' wordt verstaan dat Euronext Amsterdam enerzijds een overlegverplichting heeft, maar dat anderzijds aan de verplichting van Euronext Amsterdam om noodzakelijke wijzigingen van de marktreglementering door te voeren voorrang wordt gegeven indien het gevoerde overleg niet tijdig tot overeenstemming leidt.6 Onder 'in overleg' wordt verstaan dat overleg zal plaatsvinden en dat wijzigingen van de marktreglementering van Euronext Amsterdam niet tot stand zullen komen indien daarvoor onvoldoende steun bij de overlegpartners aanwezig is.7
Ook hier is de invloed van de CSM-procedure duidelijk zichtbaar. Niet langer is het mogelijk om wijzigingen van de marktreglementering te blokkeren door te weigeren met de voorgestelde wijzigingen in te stemmen. Uitgevende instellingen hebben zich thans contractueel gebonden om wijzigingen, mits daarvoor voldoende draagvlak bestaat, te aanvaarden.