Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/5.5.1
5.5.1 Algemeen
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687208:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
T. Huijg, ‘Ter visie – Een oproep voor meer principiële benadering van derdenwerking in het pensioenrecht’, TAO 2018/3, p. 86; B. Cobanoglu, M. Heemskerk en C.M.C.P. van Herpen-Thuring, ‘Eenzijdig wijzigingsbeding in de rechtsverhouding met slapers en pensioengerechtigden’, in: Vereniging van Pensioenjuristen, Wijziging van de pensioenregeling, Vorden: Vereniging van Pensioenjuristen 2014, p. 195; E. Lutjens, ‘Pensioenvoorziening bij CAO’, SR 2004/53; S.H. Kuiper en E. Lutjens, ‘Pensioenwet en privaatrecht’, NTBR 2008/10.
Zo ook expliciet Rb. Overijssel 26 mei 2020, JAR 2020/171, m.nt. K.A. van Haaren (eiser/Telder Bouw en Industrie).
H. Thierry, Pensioen- en spaarfondsen in de private sector van het economische leven, Alphen aan den Rijn: Samson 1952, p. 82.
Zie bijvoorbeeld E. Lutjens, De PSW: Wetshistorisch overzicht en commentaar, Deventer: Kluwer 1998, p. 93.
K.A. van Haaren, ‘Navigeren door de pensioenfondsenroute’, TPV 2019/46; J.P. van Rigteren, ‘Wijziging via Cao-partijen’, in: Vereniging van Pensioenjuristen, Wijziging van de pensioenregeling, Vorden: Vereniging van Pensioenjuristen 2014, p. 92; P.G. Vestering, ‘Instemmingsrecht ondernemingsraad over pensioen verder uitgebreid’, TAO 2016/2. Zie bijvoorbeeld expliciet Hof ’s-Gravenhage 9 november 2007, PJ 2008/105 (ex-werknemer/Pensioenfonds Kemira), r.o. 6.3: ‘Een rechtsgeldige wijziging van het reglement bindt ook gepensioneerden’, in casu gepensioneerden die geen lid waren van de vereniging van gepensioneerden met wie afspraken omtrent wijziging waren gemaakt.
Ktr. Rotterdam 5 maart 1995, PJ 1995/30, m.nt. R. ten Wolde (Bruynje/Pensioenfonds Koninklijke Volker Stevin c.s.); Ktr. Amsterdam 13 juli 1995, PJ 1995/32, m.nt. P.M. Siegman (Algra/Westland Utrecht Hypotheekbank c.s.); Ktr. Amsterdam 28 augustus 1996, PJ 1996/73 (Kamermans/Pensioenfonds Bull Nederland c.s.); Hof Arnhem 25 januari 2005, PJ 2005/31, m.nt. I. Witte (Pensioenfonds Campina/Vereniging van Gepensioneerden Campina c.s.); Hof Arnhem 27 mei 2008, PJ 2008/67 (Vereniging van gepensioneerden van Akzo Nobel c.s./Akzo Nobel Nederland c.s.); Rb. Oost-Brabant 13 september 2018, PJ 2018/173, m.nt. T. Huijg (ex-werknemers/Mebin); Hof ’s-Hertogenbosch 15 december 2015, JAR 2016/56, m.nt. M. Heemskerk (VMHP c.s./Merck Sharp & Dhome c.s.); Rb. Overijssel 26 mei 2020, JAR 2020/171, m.nt. K.A. van Haaren (eiser/Telder Bouw en Industrie); Hof ’s-Hertogenbosch 13 juli 2021, PJ 2021/106, m.nt. E. Lutjens (ex-werknemers/Mebin).
Vaak wordt verwezen naar Rb. Rotterdam 9 april 2010, PJ 2010/137 (ex-werknemer/Marsh). E. Lutjens, Asser/Lutjens 7-XI 2019, nr. 569, stelt dat de afspraak over wat anders ging en hieruit geen afwijzing of aanvaarding kan worden afgeleid.
Hof Amsterdam 12 juni 2012, PJ 2012/119, m.nt. R.A.C.M. Langemeijer (Vereniging van Gepensioneerden van de Delta Lloyd Groep c.s./Delta Lloyd c.s.); HR 8 november 2013, JAR 2013/300, m.nt. M. Heemskerk, PJ 2013/191, m.nt. A.G. van Marwijk Kooy (Vereniging van Gepensioneerden van de Delta Lloyd Groep c.s./Delta Lloyd c.s.).
E. Lutjens, Asser/Lutjens 7-XI 2019, nr. 569.
Het hof overweegt in r.o. 3.1 (xxxvii) vreemd genoeg niet dat het hier om een aanbeveling ging aan het fonds. Ten onrechte naar mijn mening, omdat een aanbeveling de eigen verantwoordelijkheid van het fonds benadrukt. De cao-afspraak wordt wel geciteerd in Rb. Amsterdam 4 augustus 2014, PJ 2014/165 (ex-werknemers/Delta Lloyd c.s.).
In het pensioenrecht bestaat een bijzondere, volgens sommige auteurs controversiële wijzigingsmogelijkheid die apart aandacht verdient. De rechtsverhouding tussen de werknemer en de pensioenuitvoerder is namelijk niet dezelfde als de rechtsverhouding tussen de werkgever en de werknemer; niet gedurende en ook niet na afloop van de arbeidsovereenkomst. Een wijziging die plaatsvindt in de rechtsverhouding met die derde is als gevolg daarvan onderhevig aan andere spelregels dan als deze had plaatsgevonden in de rechtsverhouding met de (ex-)werkgever.
Binding van een (ex-)werknemer aan een wijziging als gevolg van een besluit van een pensioenfondsbestuur staat bekend als de pensioenfondsroute. De wet gaat uit van de pensioendriehoek van pensioenovereenkomst, pensioenreglement en uitvoeringsovereenkomst, waarbij alle drie de stukken in overeenstemming moeten zijn met elkaar. Zoals besproken in paragraaf 4.3.1 is de wijze waarop de pensioenovereenkomst vorm wordt gegeven divers, maar is het in de praktijk dikwijls slechts een enkele zinsnede in de arbeidsovereenkomst. Die enkele zinsnede is doorgaans een incorporatiebeding van het pensioenreglement. Wanneer het reglement op deze manier is geïncorporeerd en er sprake is van een pensioenfonds als uitvoerder, resulteert een wijziging door het pensioenfondsbestuur van het reglement feitelijk in een wijziging van de pensioenovereenkomst. De systematiek is vergelijkbaar aan de incorporatie van de cao in een voormalige arbeidsovereenkomst, zoals besproken in paragraaf 5.3. Soms gaat het om technische aanpassingen, bijvoorbeeld door het pensioenfonds gewenst om te kunnen blijven voldoen aan wet- en regelgeving, maar soms kan het ook inhoudelijke wijzigingen betreffen, zoals opbouwpercentages en toeslagen. De mogelijkheid tot wijziging via het pensioenfondsbestuur dient te volgen uit een uitleg van het incorporatiebeding.1 Het is immers denkbaar dat er, net als bij incorporatie van cao’s, sprake is van een statisch incorporatiebeding in plaats van een dynamisch incorporatiebeding. Als het incorporatiebeding statisch is en het fonds het reglement wijzigt, betekent dit dat de pensioenovereenkomst (mogelijk) niet wordt nagekomen, met alle claims van dien.2
Dat het pensioenfonds zijn eigen reglement kan wijzigen is niet een gegeven dat pas is ontstaan onder het regime van de Pw. In artikel 7 PSW stond dat in de statuten en reglementen bepalingen dienden te worden opgenomen over de wijziging daarvan, ook ten aanzien van de rechten en verplichtingen van gewezen deelnemers in gevallen waarin de financiële toestand van het fonds daartoe aanleiding gaf.3 Ook voor de inwerkingtreding van de Pw was deze wijzigingsmogelijkheid (in de literatuur) omstreden.4 Deze discussie is niet zonder belang, omdat een belangrijk gevolg van de wijzigingsroute is dat het hiermee mogelijk is om ex-werknemers te binden.5 In de rechtspraak is de wijzigingsroute via het pensioenfondsbestuur door lagere rechters geaccepteerd6 en zijn er geen duidelijke voorbeelden van afwijzingen.7 Sinds Delta Lloyd wordt in zijn algemeenheid aangenomen dat wijziging op deze manier rechtsgeldig is,8 al lijkt het onjuist om deze aanname op Delta Lloyd te baseren.9 In deze zaak besloten de sociale partners om de indexaties voorwaardelijk te maken. Bij cao werd vervolgens afgesproken dat de kosten van indexatie volledig voor rekening kwamen van het pensioenfonds en niet meer afhankelijk waren van een koopsom die de (ex-)werkgever diende te betalen. Ook deden cao-partijen in de cao een aanbeveling aan het pensioenfondsbestuur om bij aanwezigheid van voldoende middelen, deze te gebruiken voor indexatie, waarbij de indexatie voor de deelnemers gebaseerd werd op de cao-loonindex en voor de gewezen deelnemers op de CBS-prijsindex.10 Het pensioenfonds kreeg een aanzienlijke bruidsschat mee en ging over tot wijziging van de toepasselijke reglementen. Het hof oordeelt dat de ex-werknemers gebonden zijn aan die wijziging, aangezien – kort gezegd – het bestuur statutair gerechtigd was het pensioenreglement te wijzigen en de pensioenovereenkomst niet is uitgewerkt bij het einde van de arbeidsovereenkomst. Het hof besteedt geen aandacht aan de binding van de ex-werknemers aan de cao. De Hoge Raad laat dit oordeel in stand op grond van artikel 81 Wet RO. Gezien het besluit van de sociale partners dat aan de wijziging voorafging, kan worden getwist of dit eigenlijk wel een wijziging via de pensioenfondsroute betreft en of deze dus wel is afgezegend door de Hoge Raad. Desondanks zie ik geen reden om te twijfelen of deze wijzigingsroute mogelijk is. Ik kom daarop hierna terug.