V-N 2020/17.2.3
Invorderingsrente na lange procedure niet te hoog. Lopende procedure Hof
Rb. Zeeland-West-Brabant 24-12-2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:5848
- Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum
24 december 2019
- Zaaknummer
BRE 18/2480
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Invordering / Invorderingsrente en betalingskorting
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Invordering (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBZWB:2019:5848, Uitspraak, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24‑12‑2019
- Wetingang
art. 28 IW 1990
Essentie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat terecht invorderingsrente is berekend, omdat X zelf de keuze heeft gemaakt om de verschuldigde bedragen niet (tijdig) te betalen en erover te gaan procederen.
Samenvatting
Aan X zijn in het verleden diverse aanslagen IB en VB met boeten opgelegd in verband met verzwegen buitenlandse bankrekeningen. Inmiddels staan deze aanslagen, de heffingsrente en boeten onherroepelijk vast (zie HR 6 december 2013, 12/00442, BNB 2014/10, V-N 2013/61.4) en eind 2013 voldoet X alle openstaande bedragen. In geschil is de beschikking invorderingsrente van € 633.519 die enkele maanden later aan X is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.