Rb. Den Haag, 26-05-2020, nr. AWB - 20 , 467
ECLI:NL:RBDHA:2020:4670
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
26-05-2020
- Zaaknummer
AWB - 20 _ 467
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBDHA:2020:4670, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 26‑05‑2020; (Voorlopige voorziening)
Uitspraak 26‑05‑2020
Inhoudsindicatie
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende beroep tegen een 100%-maatregel. Spoedeisend belang is volgens verzoeker gelegen in een geplande openbare woningverkoop. Geplande veiling heeft niet plaatsgevonden in verband met het coronavirus. Er is geen datum bekend voor een nieuwe veiling. Het verzoek is daarom niet spoedeisend
Partij(en)
Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/467
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 mei 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
tegen
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder
(gemachtigde: mr. D.F. Rosenbaum).
Procesverloop
Bij besluit van 21 augustus 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder bij wijze van maatregel de bijstandsuitkering van eiser met ingang van 1 augustus 2018 met 100% verlaagd voor de duur van één maand.
Bij besluit van 8 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door verzoeker ingediende bezwaarschrift ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.
2.1
Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.2
Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
3. Verzoeker betoogt – kort samengevat – dat hij (mede) door het bestreden besluit financieel achter de feiten aanloopt. Het spoedeisend belang bij het verzoek om een voorlopige voorziening is volgens eiser gelegen in de omstandigheid dat hij op
3 januari 2020 van Krans Notarissen bericht heeft gekregen dat de openbare verkoop (veiling) van zijn woning gepland staat op 16 maart 2020 indien hij niet voor die datum de achterstand op zijn hypotheek en de inmiddels bijkomende kosten heeft betaald.
4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een financieel belang op zichzelf geen reden vormt voor het treffen van een voorlopige voorziening. Voor het treffen van een voorlopige voorziening zal echter niettemin aanleiding kunnen bestaan indien aannemelijk is dat verzoeker in een (financiële) noodsituatie geraakt.
5. Inmiddels is de datum van 16 maart 2020 ruimschoots verstreken. Uit openbare bronnen1.is de voorzieningenrechter gebleken dat de Minister voor Milieu en Wonen, hypotheekverstrekkers en woonpartijen (Nederlandse Vereniging van Banken, het Verbond van Verzekeraars, Nationale Hypotheekgarantie en Vereniging Eigen Huis) afspraken hebben gemaakt om ervoor te zorgen dat huiseigenaren niet op straat komen te staan ten tijde van de coronacrisis. Hypotheekverstrekkers zoeken met huiseigenaren naar oplossingen en gaan in deze periode niet over tot gedwongen verkopen van woningen. Zij hebben afgesproken dat tenminste tot 1 juli 2020 niet zal worden overgegaan tot gedwongen verkopen van woningen, tenzij er sprake is van bijvoorbeeld criminele activiteiten zoals fraude, wietteelt en/of het onderhouden van een drugslab. Dit blijkt uit het ‘Gezamenlijk statement hypotheekverstrekkers over gedwongen verkopen tijdens de Coronacrisis’ van 7 april 2020. Op de website www.openbareverkoop.nl wordt bij de woning van eiser vermeld: “Status: Uitgesteld, datum onbekend”. Nu de geplande openbare verkoop van de woning van eiser niet is doorgegaan en evenmin is gebleken dat die in de nabije toekomst zal plaatsvinden, is de voorzieningenrechter van oordeel dat spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening ontbreekt. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is op 26 mei 2020 gedaan door mr. D.R. van de Meer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staan geen rechtsmiddelen open.
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 26‑05‑2020