Prg. 2020/32
Van schending van de redelijke termijn ex art. 6 EVRM is in Wahv-zaken alleen sprake als de procedure tot en met de kantonrechter langer duurt dan twee jaar en de sanctie hoger is dan € 1.000.
Hof Arnhem-Leeuwarden 26-11-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10121
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
26 november 2019
- Magistraten
Mr. Van Schuijlenburg
- Zaaknummer
Wahv 200.259.444/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS180818:1
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2019:10121, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 26‑11‑2019
- Wetingang
Essentie
Bestuursstrafrecht. Heeft de kantonrechter de Wahv-sanctie van € 400 terecht gematigd, nu tussen zitting en opmaken van p-v tijdsverloop van meer dan zeven maanden zat?
Nee, tijdsverloop is geen matigingsgrond Wahv, noch schending redelijke termijn art. 6 EVRM als procedure t/m kantonrechter korter is dan twee jaar en sanctie lager dan € 1.000.
Samenvatting
Betrokkene is een sanctie van € 400 opgelegd in verband met een onverzekerd voertuig. De kantonrechter heeft de sanctie gematigd tot € 360, gelet op het tijdsverloop tussen de zitting en het opmaken van het p-v van de zitting. De OvJ komt daartegen op.
Het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.