RO 2015/73
Bestuurdersaansprakelijkheid. Hoe wordt de onderlinge draagplicht tussen hoofdelijk aansprakelijke bestuurders voor het boedeltekort als gevolg van onbehoorlijk bestuur ex art. 2:248 BW vastgesteld? (Curator/gedaagden)
Rb. Den Haag 09-09-2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:10621
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
9 september 2015
- Magistraten
Mr. M.J. van Cleef-Metsaars
- Zaaknummer
C-09-469214 - HA ZA 14-782
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS921954:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2015:10621, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 09‑09‑2015
- Wetingang
Art. 2:248, 6:14 BW
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Vrijwaring.
Hoe wordt de onderlinge draagplicht tussen hoofdelijk aansprakelijke bestuurders voor het boedeltekort als gevolg van onbehoorlijk bestuur ex art. 2:248 BW vastgesteld?
Samenvatting
Bestuurder A heeft, naast haar vader en later naast haar (stief)moeder, bestuurder B, de vennootschap (de vennootschap) bestuurd. Na het overlijden van vader is de exploitatie van de vennootschap klaarblijkelijk niet meer voortvarend ter hand genomen. Het faillissement volgt en de curator constateert dat de jaarrekening over 2011 te laat is gedeponeerd en overigens zeer beperkt en onoverzichtelijk is. Over het laatste jaar voorafgaand aan het faillissement (2013) is zelfs in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.