V-N 2022/20.16.1
Recreatiewoning kwalificeert niet als eigen woning
HR 22-04-2022, ECLI:NL:HR:2022:611
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 2022
- Zaaknummer
21/02473
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Eigen woning
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:611, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑2022
- Wetingang
art. 3.111, 3.112 en 3.120 Wet IB 2001
Essentie
Hof Den Haag oordeelt dat de recreatiewoning in 2015 en 2016 niet als hoofdverblijf ter beschikking staat. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).
Samenvatting
X’ eigen woning staat geheel 2015 te koop. X heeft voorts een recreatiewoning en merkt deze recreatiewoning in 2015 en 2016 aan als zijn hoofdverblijf. In zijn aangifte IB/PVV 2015 en 2016 trekt X alle hypotheekrente ter zake van de recreatiewoning af. X geeft voor 2015 een eigenwoningforfait aan van nihil en voor 2016 van € 1837. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.