Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/3.3
3.3 Allowance for corporate equity
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS299571:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Ter illustratie, stel dat aan het begin van jaar 1 het eigen vermogen 100 is, er 20 winst wordt gemaakt, het percentage van de ACE-aftrek 10% is en het tarief van de vennootschapsbelasting 50%. De belastbare winst is dan 20 min 10% van 100 is 10; de winst na belasting is 5. In jaar 2 is de winst 24 en er is 5 kapitaal gestort. De ACE-aftrek wordt dan verleend over 105 (de stand van het eigen vermogen aan het begin van jaar 1 van 100 plus de winst na belasting over jaar 1 van 5) plus 10 (de ACE-aftrek in jaar 1) plus 5 (de kapitaalstorting in jaar 2) is 120. De ACE-aftrek is dus 12 en de winst na belasting is in jaar 2 gelijk aan 24 min 12 is 12. Zie M. Gammie, ‘Corporate tax harmonisation: An “ACE” proposal’, European Taxation, August 1991, p. 242.
The Capital Taxes Group van het Britse Institute for Fiscal Studies bracht in 1991 een rapport uit met de titel ‘Equity for companies: Corporation tax for the 1990’s’. Het voorstel behelsde de aftrek van een primair rendement, uitgedrukt in een percentage van het eigen vermogen van de vennootschap, de zogenoemde allowance for corporate equity (‘ACE’). De aftrek werd in beginsel verleend over het gehele eigen vermogen, dus inclusief ingehouden winst. De Capital Taxes Group verwierp de mogelijkheid om de ACE alleen over nieuw eigen vermogen te berekenen, omdat er dan onderscheid gemaakt zou moeten worden tussen oud en nieuw eigen vermogen, wat zou leiden tot grote administratieve problemen.
De aftrek werd verleend over het gehele eigen vermogen (inclusief ingehouden winst) naar de stand aan het begin van het boekjaar vermeerderd met de kapitaalstortingen en verminderd met de dividenduitkeringen en de terugbetalingen van kapitaal die gedurende het boekjaar waren gedaan. In de grondslag waarover de aftrek werd verleend, was ook de allowance for corporate equity begrepen die in vorige jaren was verleend.1
De Capital Taxes Group stelde voor het percentage gelijk te laten zijn aan de rente op obligaties met een middellange looptijd. Er gold geen uitkeringseis: de aftrek zou ook worden verleend als alle winst werd ingehouden.
Om te voorkomen dat de ACE dubbel werd verleend, diende de koopsom van aandelen in andere vennootschappen in mindering te worden gebracht op het eigen vermogen bij de berekening van de basis waarover de aftrek werd verleend. Was het saldo negatief, dan diende een negatieve allowance te worden berekend, die in mindering kwam op de renteaftrek. Er werd verder een deelnemingsvrijstelling voorgesteld voor dividend en capital gains.