Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/4.2.1.4.3
4.2.1.4.3 Open CV
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS399468:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Civielrechtelijke bepalingen aangaande de CV zijn opgenomen in art. 19 tot 21 en art. 30 lid 2 Wetboek van Koophandel.
Voor de praktijk is met name het toestemmingsvereiste een lastige bepaling. Inzake het toestemmingsvereiste voor de commanditaire vennootschap verwijs ik naar het besluit van de staatssecretaris van 15 december 2015, nr. BLKB2015/1209M, V-N 2016/2.3.
HR 7 juli 1982, nr. 20655, BNB 1982/268c. De Hoge Raad oordeelde dat een beherend vennoot in een open CV rechtstreeks – op de grondslag voor het behaalde en niet op die van het uitgedeelde resultaat - wordt betrokken.
Voor een uitvoerige beschrijving van de fiscale aspecten van de commanditaire vennootschap verwijs ik naar A.J.A. Stevens, Fiscale aspecten van de Commanditaire Vennootschap, Kluwer 2002, waarin in paragraaf 5.1.2.2 de historie van de CV op aandelen en open CV staat beschreven.
Brief Minister van Veiligheid en Justitie, 9 december 2016, kenmerk 2024822, V-N 2017/8.25.
Een CV heeft (civielrechtelijk) geen rechtspersoonlijkheid en heeft geen in een aandelen verdeeld kapitaal.1 Civielrechtelijk wordt er geen onderscheid gemaakt tussen een open en besloten CV. De CV wordt aangegaan door middel van een contractuele overeenkomst. De CV kent één of meer beherende vennoten en één of meer commanditaire vennoten. De beherende vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk en de commanditaire vennoten beperkt. Fiscaal wordt er een onderscheid gemaakt tussen een open CV en besloten CV. Laatstgenoemde is fiscaal transparant wat inhoudt dat niet de CV maar de achterliggende participanten, naar rato van hun gerechtigheid tot het vermogen en de winst van de CV, in de heffing (inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting) worden betrokken. In art. 2 lid 3, onderdeel c AWR staat een definitie van de open CV. Een CV wordt op grond van art. 2 lid 3, onderdeel c AWR als open beschouwd als buiten het geval van vererving of legaat toetreding of vervanging van commanditaire vennoten kan plaats hebben zonder toestemming van alle (beherende en commanditaire) vennoten.2 Hoewel de open CV onbeperkt belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting wordt het object van heffing van de open CV beperkt tot het winstaandeel van de commanditaire vennoten. Op grond van art. 9 lid 1, onderdeel e Wet VPB 1969 is het gedeelte van de winst van een open CV dat toekomt aan de beherende vennoot aftrekbaar. Op grond van het arrest BNB 1982/2683 wordt ook de subjectieve belastingplicht van de open CV beperkt tot het commanditaire gedeelte.
De benaming open CV vinden we voor het eerst terug na de inwerkingtreding van de Wet tot afschaffing van de commanditaire vennootschap op aandelen van 28 mei 1975, Stb. 277. De CV op aandelen werd afgeschaft, vanwege de aansluiting bij het Europese vennootschapsrecht. De Europese richtlijn van 9 maart 1968 inzake het vennootschapsrecht had als doel het coördineren van bepaalde rechtsvormen ter bescherming van vennoten en derden. Zou in de Nederlandse wetgeving een CV op aandelen gecreëerd worden naar het model dat de opstellers van de richtlijn voor ogen heeft gestaan, dan zou dit volgens de wetgever moeten leiden tot een vennootschap op aandelen, met rechtspersoonlijkheid, onderworpen aan de plicht tot volledige publicatie van de jaarstukken en aan enkele andere specifieke bepalingen van de richtlijn. Volgens de wetgever zou er geen behoefte zijn aan een dergelijke rechtsvorm en derhalve werd aan de CV op aandelen in ons rechtsstelsel geen plaats meer toegekend.4 Fiscaal gezien had de andere benaming en civielrechtelijke wijziging nauwelijks betekenis, maar om de schijn te vermijden dat de CV op aandelen in het belastingrecht nog zou blijven voortleven werd de term vervangen door open CV.5 Daarbij is direct geregeld dat in art. 2 lid 3, onderdeel f AWR de deelgerechtigheid van een commanditaire vennoot in een open CV ten behoeve van de belastingheffing als aandeel wordt bestempeld.6
Vermeldingswaardig is nog het rapport over modernisering personenvennootschappen dat een in privé geïnitieerde werkgroep op 26 september 2016 heeft aangeboden aan de Minister van Veiligheid en Justitie. In een brief van 9 december 2016 over de modernisering van het ondernemingsrecht heeft de Minister laten weten te willen voortbouwen op het rapport.7 Het rapport geeft een overzicht van de belangrijkste onderwerpen die de werkgroep heeft gesignaleerd in de huidige wettelijke regeling over de personenvennootschappen die in de praktijk tot problemen of onduidelijkheden leiden, dan wel aanvulling behoeven. Hierbij doet de werkgroep concrete aanbevelingen tot verbetering en verduidelijking. Voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting zou de fiscale transparantie van personenvennootschappen het uitgangspunt blijven. Dit geldt ook in de situatie van de invoering van een verplichte rechtspersoonlijkheid voor openbare personenvennootschappen, zoals wordt voorgestaan door de werkgroep. De invoering van rechtspersoonlijkheid bij een personenvennootschap kan wel gevolgen hebben voor de toepassing van de overdrachtsbelasting. De minister geeft aan dat hij voornemens is om samen met de staatssecretaris van Financiën te werken aan een voorontwerp van een wettelijke regeling, die via internet ter consultatie wordt voorgelegd.