Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.3.1
5.3.1 Het fiscale winstbegrip
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630453:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
In artikel 183 WIB 1992 is bepaald: Onder voorbehoud van de in deze titel omschreven afwijkingen zijn, wat hun aard betreft, de inkomsten die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of daarvan vrijgesteld zijn, dezelfde als die welke inzake personenbelasting worden beoogd; het bedrag ervan wordt vastgesteld volgens de regels die van toepassing zijn op winst.
Couturier, Peeters en Plets, pagina 29.
Artikel 185, § 2, b WIB 1992.
Zelfde zin Salens pagina 82.
Endres, pagina 169-169.
Salens, pagina 90.
In België zijn lichamen onderworpen aan de rechtspersonenbelasting of de vennootschapsbelasting. Beide zijn belastingen naar het inkomen, maar de belastingen vertonen ook grote verschillen. De vennootschapsbelasting is een algemene winstbelasting en bij toepassing van de rechtspersonenbelasting worden alleen enkele limitatief opgesomde inkomsten belast. In België gevestigde rechtspersonen zijn in beginsel onderworpen aan de vennootschapsbelasting.
In artikel 1, § 1, 2° WIB 1992 is bepaald dat inkomstenbelasting wordt geheven van het totale inkomen van binnenlandse vennootschappen. Deze heffing wordt aangeduid als vennootschapsbelasting. Voor de belastinggrondslag wordt aangesloten bij de winstbepaling voor de personenbelasting.1 In artikel 24, 1° WIB 1992 is bepaald dat winst bestaat uit inkomsten van alle nijverheids- handels of landbouwondernemingen die voortkomen uit alle verrichtingen gedaan door de inrichtingen van die ondernemingen of door toedoen daarvan. In artikel 24, 2° WIB 1992 is voorts bepaald dat waardevermeerderingen van activa en passiva tot de winst behoren als ze zijn verwezenlijkt of in de boekhouding of jaarrekening zijn uitgedrukt.
Daarnaast bepaalt artikel 185, § 1 WIB 1992 dat vennootschappen worden belast voor het totale bedrag aan winst, waaronder uitgekeerde dividenden. Hiermee lijkt het Belgische belastingrecht ook een totaalwinstbegrip te hebben zoals in Nederland. De totaalwinstbepaling speelt echter wel een minder prominente rol. Dit komt omdat de vaststelling van de jaarwinst belangrijker is. Dat houdt verband met artikel 171 van de Grondwet waarin is bepaald dat belastingen ten behoeve van het Rijk jaarlijks worden vastgesteld en de wetten slechts voor één jaar van toepassing zijn, indien ze niet worden hernieuwd. Couturier, Peeters en Plets beschrijven het principe van de eenjarige belasting als een uitvloeisel van de eenjarigheid van de Rijksmiddelenbegroting (artikel 174 Grondwet). Er bestaat vanuit grondwettelijk oogpunt een sterk verband tussen de heffing van belastingen en het doen van de uitgaven die voor ’s land bestuur nodig zijn.2
Voor onderlinge transacties is in artikel 185, § 2, a WIB 1992 bepaald dat als een vennootschap deel uitmaakt van een multinationale groep en tussen de vennootschappen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen, voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd die afwijken van voorwaarden die zouden zijn overeengekomen tussen onafhankelijke vennootschappen, de winst die een van de vennootschappen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, wordt begrepen in de winst van die vennootschap. Ook bij een te lage vergoeding wordt een correctie aangebracht.3 Binnenlandse transacties worden in beginsel niet getroffen door deze bepaling.
De Belgische fiscale winstbepaling is sterk afhankelijk van de commerciële winstbepaling. De jaarrekening zoals die wordt neergelegd bij de Nationale Bank van België dient als basis voor het opstellen van de fiscale aangifte.4 Hierdoor is volgens Endres sprake van formele afhankelijkheid. De fiscale regels vallen nagenoeg volledig samen met het jaarrekeningenrecht.5 Salens merkt op dat uitsluitend de statutaire (enkelvoudige) jaarrekening als basis voor de fiscale aangifte dient. De IAS-normen mogen daarop niet worden toegepast, omdat die uitsluitend gelden voor de geconsolideerde jaarrekening. De IAS-normen zijn dus niet rechtstreeks van invloed op de bepaling van het Belgische fiscale resultaat. Buitenlandse en internationale normen kunnen echter wel bruikbaar zijn, wanneer ze niet strijdig zijn met de Belgische wetgeving.6