Vp-bulletin 2019/28
Inkomstenbelasting. Vermogensrendementsheffing 2015 door wetswijziging in 2017 niet in strijd met artikel 1 EP
Hof Arnhem-Leeuwarden 26-03-2019, ECLI:NL:GHARL:2019:2616, m.nt. mw. S.G.M.J. Rebbens MSc. en J.M.P. Tobben MSc. LLM
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
26 maart 2019
- Zaaknummer
18/00201
- Noot
mw. S.G.M.J. Rebbens MSc. en J.M.P. Tobben MSc. LLM
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS55516:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2019:2616, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 26‑03‑2019
Essentie
Inkomstenbelasting. Vermogensrendementsheffing 2015 door wetswijziging in 2017 niet in strijd met artikel 1 EP
Uitspraak
(Publicatiedatum op www.rechtspraak.nl: 5 april 2019)
Inleiding
Tot 1 januari 2017 werd het vermogen in box 3, na aftrek van het heffingsvrij vermogen, geacht een rendement van 4% op te leveren. Dit forfaitair vastgesteld rendement werd belast tegen een tarief van 30%. Voor de vaststelling van de rendementsgrondslag voor box 3 geldt één peildatum, 1 januari van het betreffende jaar.
Procedure
De belastingplichtige en zijn echtgenote hebben op 1 januari 2015 een totaal aan bank- en spaartegoeden van € 340.525 en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.