Prg. 2011/271
Bij een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor moet deugdelijk worden onderbouwd welk recht en belang er bij het verzoek is gediend, bij gebreke waarvan afwijzing volgt.
Hof Amsterdam 02-08-2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6534
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
2 augustus 2011
- Magistraten
Mrs. G.C.C. Lewin, W.J. Noordhuizen, C.C. Meijer
- Zaaknummer
200.079.240/01
- LJN
BT6534
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2011:BT6534, Uitspraak, Hof Amsterdam, 02‑08‑2011
- Wetingang
BW art. 3:303; Rv art. 186, 187, 188
Essentie
Procesrecht. Dient bij verzoek voorlopig getuigenverhoor te worden aangegeven aard en beloop vordering, alsmede feiten of rechten die verzoeker wil bewijzen?
Ja. In verzoek voorlopig getuigenverhoor moet deugdelijk worden onderbouwd welk recht en belang verzoeker heeft.
Samenvatting
Verzoeker komt op tegen het oordeel van de rechtbank dat de curator jegens verzoeker als (voormalig indirect) bestuurder van zijn gefailleerde vennootschap niet onrechtmatig heeft gehandeld. Verzoeker verzoekt daarbij om een voorlopig getuigenverhoor, maar verweerders betwisten de noodzaak ervan.
Het hof overweegt dat onvoldoende duidelijk is gemaakt de aard en het beloop van de vordering of vorderingen, alsmede de feiten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.