Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/5.5.4:5.5.4 Opvatting van sommigen in de literatuur: interpretatie maakt uitzonderingen overbodig
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/5.5.4
5.5.4 Opvatting van sommigen in de literatuur: interpretatie maakt uitzonderingen overbodig
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS354740:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Veen 1978, p. 514, 522; Van Eikema Hommes 1980, p. 169; Schaffmeister & Heider 1983, p. 444, 457, 472, 474; Vermunt 1984, p. 119, 120, 712. Dit komt ook aan de orde in het kader van de constitutionele beperkingen van corrigerende interpretatie (hoofdstuk 3, par. 3.5.3).
Vermunt 1984, p. 116.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sommigen zien of zagen in interpretatie een volwaardig alternatief voor uitzonderingen op grond van omw.1 In hun visie is een ongeschreven rechtvaardigingsgrond overbodig omdat een billijke oplossing altijd door interpretatie kan worden bereikt: de wederrechtelijkheid moet worden ingelezen in elke delictsomschrijving (in een bestanddeel daarvan, of als extra bestanddeel2). Daaruit volgt dat ongeacht of ‘wederrechtelijk’ expliciet bestanddeel is in een delictsomschrijving, alleen aan alle bestanddelen van het strafbare feit voldaan is als het ook wederrechtelijk was. Omw speelt zo al een rol bij interpretatie, waardoor de rechter deze niet meer hoeft te betrekken bij de vraag of de naar haar bewoordingen toepasselijke strafbepaling misschien buiten toepassing gelaten moet worden omdat het feit niet strafbaar is.3 Tegen deze opvatting, die overigens niet de heersende is, gelden dezelfde bezwaren als de eerder vermelde bezwaren tegen gekunstelde corrigerende interpretaties.