NJ 1934, p. 987
Art. 733 jis. 738, 739 en 740 B. W. Recht van uitweg. Oprichting van een poort, welke niet gesloten werd gehouden, door eigenaar dienend erf, tot afsluiting van den weg van den openbaren weg.
HR 08-02-1934, ECLI:NL:HR:1934:61
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 februari 1934
- Magistraten
Mrs. Visser, van den Dries, Polak, de Menthon Bake, Servatius
- Zaaknummer
[081934/NJ_1934,_p._987]
- Conclusie
Tak
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1934:61, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑02‑1934
- Wetingang
(BW art. 733, 739.)
Essentie
Art. 733 jis. 738, 739 en 740 B. W. Recht van uitweg. Oprichting van een poort, welke niet gesloten werd gehouden, door eigenaar dienend erf, tot afsluiting van den weg van den openbaren weg.
Samenvatting
De stelling, dat ingeval een erfdienstbaarheid bij titel is gevestigd en de titel geen tegenovergestelde bepaling inhoudt, de uitweg geheel vrij moet zijn, is niet gegrond.
Het Hof heeft zijn oordeel omtrent den omvang der erfdienstbaarheid gegrond op hetgeen tusschen partijen vaststaat en op hetgeen gebleken is uit overgelegde photografieën en is daarbij niet in strijd gekomen met de artt. 738, 739 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.