NJB 2025/2466
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep door te laat instellen rechtsmiddel door raadsvrouw, art. 408 Sv. Rechtsmiddeltermijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de rechtsmiddeltermijn betekent in de regel dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend dan niet worden verbonden als sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. De Hoge Raad geeft daarvan voorbeelden. In casu is het hof ervan uitgegaan dat de verdachte haar toenmalige raadsvrouw heeft verzocht in hoger beroep te gaan, dat deze raadsvrouw dit heeft nagelaten en dat deze raadsvrouw, toen de verdachte daarnaar bij haar informeerde, in strijd met de waarheid heeft gezegd dat zij wel (tijdig) hoger beroep had ingesteld. Het hof kon – ook in het licht van rechtspraak van het EHRM – oordelen dat het nalaten van de raadsvrouw voor risico van de verdachte komt. Het hof heeft daarbij in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat de verdachte voor het instellen van hoger beroep volledig afhankelijk was van haar raadsvrouw en dat de verdachte haar wens om hoger beroep in te stellen niet zelf kenbaar heeft gemaakt aan de griffie van de rechtbank.
HR 07-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1457
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/04850
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1457, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:642, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑04‑2024
- Wetingang
(art. 408 Sv)
Essentie
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep door te laat instellen rechtsmiddel door raadsvrouw, art. 408 Sv. Rechtsmiddeltermijnen zijn van openbare orde. Overschrijding van de rechtsmiddeltermijn betekent in de regel dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend dan niet worden verbonden als sprake is van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn. De Hoge Raad geeft daarvan voorbeelden. In casu is het hof ervan uitgegaan dat de verdachte haar toenmalige raadsvrouw heeft verzocht in hoger beroep te gaan, dat deze raadsvrouw dit heeft nagelaten en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.