RBP 2025/12
Verweerschrift in cassatie. Kan een overschrijding van de termijn voor het indienen van een verweerschrift in cassatie worden hersteld, en zo ja, wanneer?
HR 15-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1666
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 november 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/04731
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- JCDI
JCDI:BSD529:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:365, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:38, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑01‑2025
ECLI:NL:HR:2024:1666, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:672, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑10‑2023
- Wetingang
Art. 426b Rv; art. 3.2.7.1-3.2.7.3 Procesreglement HR
Essentie
Verweerschrift in cassatie. Termijnoverschrijding.
Kan een overschrijding van de termijn voor het indienen van een verweerschrift in cassatie worden hersteld, en zo ja, wanneer?
Samenvatting
In deze zaak draait het om de vraag of verweerder Erasmus MC (EMC) in cassatie nog gelegenheid moet krijgen een verweerschrift in te dienen. EMC heeft volgens de geëigende weg in cassatie de procesinleiding toegezonden gekregen van de griffie op haar adres, alsmede de beslissing inzake art. 80a RO, die ook naar haar in de vorige instantie gestelde advocaat (een kantoorgenoot van de cassatieadvocaat) is gestuurd. In beide stukken is vermeld ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.