Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/7.1:7.1 Inleiding
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS394751:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk doe ik onderzoek naar de fiscale aspecten rondom financiering in Nederland en Duitsland. Een onderneming kan op verschillende manieren aan haar financieringsbehoefte voldoen, bijvoorbeeld door middel van een lening van een bank, een lening van een groepsvennootschap, of kapitaal verkregen van een aandeelhouder. Bij deze varianten van financiering spelen verschillende fiscale aspecten een rol. De fiscale gevolgen van financiering met eigen vermogen zijn namelijk anders dan die van financiering met vreemd vermogen. De laatste jaren is er veel beweging op het gebied van financiering en veel aandacht voor bijvoorbeeld de zakelijkheid van een verstrekte lening en de talloze mogelijke renteaftrekbeperkingen. In hoofdstuk 7.2 behandel ik de fiscale aspecten van financiering in de vennootschapsbelasting. Ik begin in hoofdstuk 7.2.1 bij de basisregels van financieren, namelijk het fiscale onderscheid en de fiscale gevolgen van het financieren met eigen vermogen en vreemd vermogen en de fiscale kwalificatie van een geldverstrekking. In hoofdstuk 7.2.2 zal ik ingaan op het leerstuk van de onzakelijke lening. Dit leerstuk staat de afgelopen jaren volop in de schijnwerpers in Nederland. In hoofdstuk 7.2.3 ga ik in op de verschillende specifieke renteaftrekbeperkingen die in Nederland van toepassing zijn. Naar aanleiding van deze uiteenzetting behandel ik in hoofdstuk 7.2.4 de discussiepunten in Nederland, zijnde de (rechterlijke) invulling en ontwikkeling van de onzakelijke leningleer en de lappendeken aan specifieke renteaftrekbeperkingen. Deze discussiepunten analyseer ik in het licht van mijn in hoofdstuk 1.3.2.4 opgestelde toetsingskader.
In hoofdstuk 7.3 behandel ik de fiscale aspecten van financiering in de Körperschaftsteuer. Daar waar relevant zal ik ook ingaan op de fiscale regels omtrent financiering in de Gewerbesteuer. Bij de behandeling van de Duitse regels omtrent financiering zal in principe eenzelfde paragraafindeling worden gehanteerd als bij de Nederlandse uiteenzetting. Het onderzoek naar de systematiek en invulling van de onzakelijke lening en de renteaftrekbeperkingen in Duitsland heeft als doel een analyse te kunnen maken van hoe Duitsland met de in hoofdstuk 7.2.4 benoemde (Nederlandse) discussiepunten omgaat en of aldaar rechtsregels of ontwikkelingen ten aanzien van deze discussiepunten aanbevelenswaardig voor Nederland zouden kunnen zijn. Dit toets ik wederom aan de hand van mijn in hoofdstuk 1.3.2.4 opgestelde toetsingskader.
In dit hoofdstuk zal ik niet of nauwelijks ingaan op de verschillende mogelijke hybride vermogensvormen. Ook zal ik niet ingaan op de fiscale gevolgen van financieringen in andere valuta.