Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.3.4:6.3.4 Conclusie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/6.3.4
6.3.4 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS302239:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
222.
De beste manier voor de Nederlandse rechter om invulling te geven aan de in het Pannon-arrest vereiste ambtshalve te constateren nietigheid, lijkt het toepassen van artikel 6:248, lid 2 BW. Dat artikellid biedt de mogelijkheid om een oneerlijk beding eenzijdig buiten toepassing te laten ter bescherming van de consument en tevens de vernietigingssanctie uit de artikelen 6:233 e.v. BW te behouden. Vanuit wetssystematisch oogpunt is dat een mooie tussenoplossing. Maar ook het toepassen van artikel 3:40, lid 2 BW vormt een oplossing die recht doet aan de rechtspraak van het HvJ EU en biedt tevens de mogelijkheid om een beding eenzijdig buiten toepassing te laten. Immers, het beschermingsdoel van de richtlijn is gericht op consumenten en blijkens de wetsgeschiedenis biedt artikel 3:40, lid 2 BW ruimte om een beding eenzijdig nietig te verklaren ter bescherming van de consument.