V-N 2019/9.18
Leegstandsuren gemeentelijke sportzalen tellen volgens A-G niet mee bij berekening pre-pro rata
HR (A-G) 18-12-2018, ECLI:NL:PHR:2018:1396, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
18 december 2018
- Zaaknummer
18/00350
- Conclusie
A-G Ettema
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS177317:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:22, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑01‑2020
ECLI:NL:PHR:2018:1396, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑12‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑12‑2018
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Ettema concludeert dat het werkelijk gebruik als maatstaf moet worden gehanteerd, aangezien X geen omzet behaalt met het ter beschikking stellen van de sportzalen aan de basisscholen. De methode die X in haar aangifte heeft toegepast is correct.
Samenvatting
Gemeente X is eigenaresse en exploitant van een sporthal en drie gymzalen. In het kader van haar wettelijke plicht stelt zij de sportzalen om niet ter beschikking aan basisscholen (dit vormt geen prestatie voor de btw). Buiten de voor de basisscholen ingeroosterde uren worden de sportzalen ter beschikking gesteld aan sportverenigingen en middelbare scholen (belast met btw). Voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.