NJB 2026/704:Huwelijksgoederengemeenschap. Verdeling. De man verkrijgt een vordering op de vrouw wegens onderbedeling, omdat hem de voormalige echtelijke woning met hypothecaire geldlening wordt toebedeeld die financieel ‘onder water staat’. Enige jaren later heeft de woning een overwaarde. Hoge Raad: 1. Responsieplicht. Het hof heeft geen kenbare aandacht besteed aan het betoog van de vrouw dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de man aanspraak maakt op onverminderde nakoming van de onderbedelingsvordering. 2. Grief. Belang. Het oordeel van het hof dat aan grief 2 de grondslag is ontvallen is onbegrijpelijk omdat de man belang had bij beoordeling van die grief, voor zover deze betrekking had op de periode tot aan de datum van het verdelingsvonnis.