Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/6.6.6:6.6.6 Derdenbeding
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/6.6.6
6.6.6 Derdenbeding
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS304768:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 1 oktober 2004, JAR 2004/257 (Taxicentrale Middelburg B.V./Gesink).
Aerts, TvI 2006/41.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een laatste element dat relevant is in geval het komt tot een doorstart en een overstap van een of meer werknemers van de failliete naar de doorstartende wonderneming betreft de gevolgen van de inhoud van de afspraken die de curator in de overnameovereenkomst met de doorstarter maakt. Belangwekkend in dit kader is, ook na Smallsteps, het arrest Taxicentrale Middelburg/Gesink uit 2004.1 Daar was in de overnameovereenkomst tussen de curator en de overnemende partij bedongen dat de werknemers hun werk zouden behouden en nieuwe arbeidsovereenkomsten aangeboden zouden krijgen. Gesink, die voorheen als centraliste had gewerkt, kreeg echter werk als taxichauffeuse aangeboden, voor minimaal drie uur in de week in plaats van de eerdere 28 uur per week. De vraag was nu of de werknemers rechten konden ontlenen aan de overeenkomst tussen de curator en de Taxicentrale. De Hoge Raad oordeelde dat bij de uitleg van die overeenkomst alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen, een rol spelen. Zulks had de rechtbank niet miskend met haar kennelijke oordeel dat een overeenkomst waarbij een bedrijf uit een failliete boedel wordt overgenomen en waarbij bepaalde verplichtingen jegens de werknemers van het overgenomen bedrijf worden bedongen, in de regel ertoe zal strekken dat rechtstreekse (rechts)betrekkingen tussen de werknemers en de verkrijgende partij worden bewerkstelligd, ook als dat niet expliciet aldus is uitgedrukt. Het is onjuist dat alleen een derdenbeding tot stand kan komen wanneer dat door de oorspronkelijke partijen bewust is beoogd, aldus de Hoge Raad. De afspraken over de werkgelegenheid kunnen derhalve een ‘derdenbeding’ vormen waaraan werknemers aanspraken kunnen ontlenen.
De curator kan dus positieve invloed uitoefenen op de positie van de werknemer. Zo kan de curator bijzondere afspraken maken ten aanzien van werknemers die vlak voor hun overbruggingspensioen zitten. Het personeel dat niet mee gaat in het kader van een doorstart (ondanks het Smallsteps-arrest, bijvoorbeeld om slechts een deel van de onderneming wordt overgenomen, of omdat het, voor zo ver mogelijk, een doorstart betreft die louter in het kader van liquidatie plaatsvindt) kan in de meeste gevallen worden ontslagen uit de verplichtingen uit het concurrentiebeding. De curator dient bij de overnemende partij te bedingen dat de werknemers gelijke of in ieder geval vergelijkbare arbeidsvoorwaarden moet aanbieden, niet alleen qua beloning maar ook qua positie. Dit geldt dan als een derdenbeding, waaraan de werknemers rechten kunnen ontlenen. De curator zal echter bij zijn acties alle belangen moeten meewegen en in situaties waarin de belangen van de werknemers strijdig zijn met die van de crediteuren, prevaleren de rechten van de laatsten nog altijd.2