AB 2014/284
Overgangsrecht. Voortdurende overtreding. Splitsing in periode voor en na inwerkingtreding Wet aanscherping.
Rb. Noord-Nederland 04-03-2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:1412, m.nt. H.E. Bröring
- Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
- Datum
4 maart 2014
- Magistraten
Mrs. H.J. Bastin, J.L. Boxum, E.M. Visser
- Zaaknummer
Awb 13/706
- Noot
H.E. Bröring
- JCDI
JCDI:ADS918637:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Staatsrecht / Wetgeving
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBNNE:2014:1412, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 04‑03‑2014
- Wetingang
Art. 7 EVRM; art. 49 lid 1 EU-Handvest; art. 15 lid 1 IVBPR; art. XXV lid 2 Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving; art. 12, 14a TW
Essentie
Overgangsrecht van de Wet aanscherping is in strijd met de onder meer in artikel 7 EVRM vastgelegde bepaling dat geen zwaardere sanctie wordt opgelegd dan die welke gold ten tijde van het plegen van de overtreding.
Samenvatting
Met het nieuwe Boetebesluit is de boete op het plegen van de overtreding verhoogd. Doordat in artikel 2 van het Boetebesluit de hoogte van de boete wordt gekoppeld aan de hoogte van het benadelingsbedrag wordt in het geval van eiseres de hoogte van de boete deels bepaald door het begaan van de overtreding gedurende de periode dat het nieuwe ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.