Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/5.1.0
5.1.0 Introductie
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS304578:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Prechal 2001, p. 105-106 waarin zij aangeeft dat er voor regels met betrekking tot de aanvulling van rechtsgronden geen EU-rechtelijk equivalent bestaat. Verder: Krans 2010, p. 1-7; Snijders 2008, p. 542-543; Herb 2007, p. 181-182; Jans e.a. 2007, p. 58; Biondi 2005, p. 131; Krans, Vedder & Wissink 2005, p. 23; Prechal 2005, p. 137; Shelkoplyas 2003, p. 75-76; Lenaerts & Arts 2003, p. 93; Van Gerven 2000, p. 502; McKendrick 2000, p. 580; Kakouris 1997, p. 1389-1390, 1394. In de jurisprudentie: HvJ EU 6 juni 2002, C-159/00, Jur. 2002, p. I-5031 (Sapod), pt. 52; HvJ EU 22 februari 2001, C-52-53/99, Jur. 2001, p. I-1395 (Camarotto), pt. 21; HvJ EU 16 mei 2000, C-78/98, Jur. 2000, p. I-3201 (Preston), pt. 31; HvJ EU 22 oktober 1998, C-10-22/97, Jur. 1998, p. I-6307 (IN.CO.GE’90), pt. 25; HvJ EU 15 september 1998, C-279-281/96, Jur. 1998, p. I-5025 (Ansaldo), pt. 16; HvJ EU 23 november 1995, C-394/93, Jur. 1995, P. I-4101 (Alonso-Pérez),pt. 28-29; HvJ EU 27 maart 1980, C-61/79, Jur. 1980, p. 1205 (Denkavit), pt. 25; HvJ EU 16 december 1976, C-33/76, Jur. 1976, p. 1989 (Rewe), pt. 5.
169.
Het EU-recht heeft de nationale procedure nodig om zijn effectiviteit te verzekeren, want het kent geen eigen civiele procedure waarin rechten ontleend aan het EU-recht geldend kunnen worden gemaakt. Die nationale civiele procedure verloopt volgens de regels van nationaal recht, bij gebreke van een EU-rechtelijke equivalent. In dat geval dienen die regels van nationaal recht zich wel te verdragen met de kaders die door het EU-recht worden gesteld.1 Er kunnen zich drie situaties voordoen: de nationale regels verdragen zich prima met het EU-recht, de nationale regels botsen direct met het EU-recht of de nationale regels botsen indirect met het EU-recht. De laatste twee gevallen dienen nader toegelicht te worden. In het eerste geval bepaalt het Simmenthal-arrest namelijk dat de nationale bepaling buiten toepassing moet blijven op grond van het beginsel van voorrang van EU-recht, terwijl de rechter in het laatste geval moet beoordelen of de regel van nationaal recht wel voldoet aan het gelijkwaardigheids- en effectiviteitsbeginsel. Soms gaat het HvJ EU verder dan het gelijkwaardigheids- en effectiviteitsbeginsel en wordt verwezen naar de effectieve rechtsbescherming.