Prg. 2012/160
Griffierecht bij verstek. Indien gedaagde zich vanwege te late betaling van het griffierecht ziet geconfronteerd met een verstekvonnis in kracht van gewijsde, krijgt zij alsnog de gelegenheid om zich bij akte alsnog en gemotiveerd op de hardheidsclausule te beroepen.
Rb. Rotterdam 22-02-2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV7153, m.nt. P.J.M. Ros
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
22 februari 2012
- Magistraten
Mr. Th. Veling
- Zaaknummer
393050 - HA ZA 11-2227
- Noot
P.J.M. Ros
- LJN
BV7153
- JCDI
JCDI:ADS911445:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2012:BV7153, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 22‑02‑2012
- Wetingang
Rv art. 127 lid 3, 147 lid 3; Wgbz art. 3
Essentie
Procesrecht. Heeft gedaagde in verzetprocedure recht op akte uitlating toepassing hardheidsclausule inzake betaling griffierecht?
Ja. Het verstekvonnis zal anders zonder meer worden bekrachtigd, omdat griffierecht niet tijdig is voldaan.
Samenvatting
Deze zaak betreft een verzetprocedure. In de oorspronkelijke procedure is tegen gedaagde verstek verleend, omdat zij niet in het geding is verschenen. Gedaagde was gehouden om ex art. 147 lid 3 Rv het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na de eerste datum van het verzet te hebben betaald. Het verzet is op 28 december 2011 ingediend als conclusie van antwoord. Het griffierecht had aldus uiterlijk op 25 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.