RI 2018/45
Reikwijdte derdenpandrecht voor toekomstige vorderingen.
HR 23-03-2018, ECLI:NL:HR:2018:425
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 maart 2018
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, G. Snijders, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
17/01320
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS928749:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:425, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑03‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:55, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 26‑01‑2018
- Wetingang
Essentie
Derdenpandrecht.
Is door een derde gevestigde (bank)pandrecht tenietgegaan na het sluiten van nieuwe overeenkomsten tussen de financier en zijn schuldenaren?
Samenvatting
In deze kwestie gaat het om (de reikwijdte van) een (derden)pandrecht gevestigd door eiseres tot cassatie ten behoeve van verweerder in cassatie op een aan eiseres in eigendom toebehorend melkquotum. Dit pandrecht is gevestigd ter securering van een geldlening (in casu een promissory note) aangegaan tussen verweerder als schuldeiser en betrokkene 1 en A als schuldenaren, alsmede voor alle huidige en toekomstige vorderingen van verweerder op voornoemde schuldenaren. Tussen verweerder en betrokkene 1 en A ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.