V-N 2025/32.17
Beperkingen proceskostenvergoeding in Mulderzaken zijn toelaatbaar
HR 24-06-2025, ECLI:NL:HR:2025:985, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juni 2025
- Magistraten
Borgers, Feteris, Van Strien, Kuijer, Kooijmans
- Zaaknummer
25/00406 CW
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD16013:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:985, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:369, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑03‑2025
- Wetingang
Essentie
De strafkamer van de Hoge Raad oordeelt dat de beperkingen van de proceskostenvergoeding in Mulderzaken toelaatbaar zijn.
Samenvatting
Belanghebbende X procedeert met een gemachtigde tegen een sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ook wel de Wet Mulder. In hoger beroep is alleen de hoogte van de proceskostenvergoeding in geschil. Sinds 1 januari 2024 geldt in Wahv-zaken dat deze vergoeding wordt vermenigvuldigd met 0,25 als de sanctie wordt vernietigd of aangepast, en met 0,10 in andere gevallen. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat deze vermenigvuldigingsfactoren in Mulderzaken buiten toepassing moeten blijven (V-N 2025/2.25). Het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.