Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/4.5.6
4.5.6 Nussbaum
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS577981:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Fleischacker, p.74-75.
M.C. Nussbaum, Frontiers of justice. Disability, nationality, species membership, Harvard University Press: Cambridge Massachusetts/London England 2006 (Nussbaum 2006), p.IX, 2-6, 94-95.
M.C. Nussbaum, ‘Capabilities as fundamental entitlements: Sen and social justice’, Feminist Economics 2003 nr.2-3, p.33-59, Van Domselaar noemt het de ‘centrale menselijke vermogens’, hfst 6.
In de lezing van Nussbaum aan het John Adams Institute in Amsterdam, 31 mei 2012 (http:// boeken.vpro.nl/ johnadams/2012/martha-nussbaum.html) maakte zij duidelijk dat het afmeten van rechtvaardigheid aan één (economische) parameter, zoals bijv. het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking niets zegt over de rechtvaardigheid van de samenleving. Economische groei heeft geen noodzakelijke correlatie met verbetering van andere zaken die voor rechtvaardigheid belangrijk zijn zoals onderwijs, gezondheidszorg en een gelijke positie van vrouwen.
Nussbaum beseft dat dit dus geen hele ‘dekking’ voor sociale rechtvaardigheid oplevert. Het zegt bijvoorbeeld niets over verdeling boven het drempelniveau, Nussbaum 2006, p.75-76.
Nussbaum 2006, p.76-78.
Passages die minder relevant zijn heb ik om redenen van beknoptheid weggelaten, Vandeputte, p.433-434.
Nussbaum 2006, p.75.
H. Manschot, ‘Martha Nussbaum (1947)’, (http://www.humanistischecanon.nl/humanisering_ en_zingeving/ martha_nussbaum, geraadpleegd 8 november 2012), zie ook VPRO’s Tegenlicht 16 februari 2009 en Nussbaum’s lezing aan het John Adams Institute.
Vandeputte, p.435.
Van Domselaar, hfst.6. Rawls’ uitgangspunt is de mens als vrij, autonoom en onafhankelijk wezen, met een correctie daarop.
Bij verstandelijk gehandicapten speelt daarnaast het probleem dat ze niet altijd voldoende rationele vermogens hebben om goed mee te kunnen praten.
‘Free and rational persons, concerned to further their own interests’. Achteraf kan een samenleving wel besluiten om ‘goed’ met deze groepen om te gaan, maar daarmee is hun positie minder sterk. Er wordt dan geen recht gedaan aan hun menselijke waardigheid.
A. Cudd, ‘Contractarianism’, in: E.N. Zalta (red.), The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2012 Edition) (http://plato.stanford.edu/archives/fall2012/entries/contractarianism/), waarin deze theorie van L. Becker door haar wordt besproken en becommentarieerd. De eenvoudigste oplossing lijkt Nussbaum om de partijen achter de veil of ignorance van Rawls niet te informeren over de vraag of ze gehandicapt zullen zijn of niet, maar Rawls heeft hier om verschillende redenen niet voor gekozen.
Gematigd positief hierover is Rothfusz: ‘Het lijkt inderdaad aannemelijk dat de basisaanname dat mensen uit eigenbelang handelen niet meer voor de hand ligt of eenvoudiger is dan de aanname dat mensen primair betrokken zijn op hun sociale omgeving. Misschien is het ook een westerse culturele vooronderstelling om te denken dat mensen in eerste instantie vooral op zichzelf gericht zijn. De insluiting van gehandicapten in het sociaal contract lijkt de rechtvaardigheid te vergroten, maar de vraag is wel hoeveel de mensen in de onderhandelingssituatie er voor over hebben om de wereld aan te passen aan een relatief kleine en zeer diverse groep. Als we naar de capabilities kijken zal het erg moeilijk en in sommige gevallen onmogelijk zijn om mensen met beperkingen dezelfde kansen te geven.’ J. Rothfusz, ‘Martha Nussbaum: Frontiers of Justice’, http://www.filosofiegroningen. nl/documents/2006/Jacquelien200611_Martha%20Nussbaum%20dispuut.htm, geraadpleegd 8 november 2012.
De Amerikaans rechtsfilosofe Martha Nussbaum (1947-) bouwt voort op de ideeën van Kant1 en Rawls.2 In navolging van de Indiase econoom Amartya Sen ontwikkelde zij, gedeeltelijk samen met hem, de zogeheten ‘capabilities’-aanpak. Onder capabilities moet worden verstaan: het geheel van mogelijkheden waarover een persoon beschikt om de verschillende doelen die hij nastreeft te bereiken.3
Nussbaum’s benadering gaat uit van menselijke waardigheid en een leven dat die waardigheid recht doet. Dat is in haar beleving geen waarde op zich, maar een notie die moet worden ingevuld. Dat invullen gebeurt aan de hand van capabilities, centrale menselijke vermogens. Elk mens heeft mogelijkheden en talenten die ieder zelf tot ontwikkeling moet kunnen brengen om zo de mens te worden die hij of zij in aanleg is. Anderen zijn daarbij onmisbaar (zorg, hulp, ondersteuning, vriendschap en liefde). Door de manier waarop anderen meeleven, beïnvloeden zij het al dan niet lukken van de ontwikkeling. Ieder mens blijft echter zelf verantwoordelijk voor dit proces. Een goede samenleving is een samenleving die vervolgens elk van haar leden in de gelegenheid stelt om zijn centrale menselijke vermogens te ontplooien en die daarvoor ook de materiële, juridische, politieke en culturele voorwaarden schept, minstens tot een drempelniveau.45Nussbaum verliest dus de eigen verantwoordelijkheid niet uit het oog: het gaat om het bieden van mogelijkheden, waarbij elk individu de keus heeft daar al dan niet gebruik van te maken.
Volgens Nussbaum zijn er tien capabilities die fundamenteel zijn voor een menswaardig bestaan. Deze lijst is niet definitief maar dynamisch. De lijst heeft naar haar zeggen echter wel breed gedragen interculturele instemming.6 Het gaat om:
‘Life. Being able to live to the end of a human life of normal length…
Bodily Health. Being able to have good health...
Bodily Integrity. Being able to move freely from place to place; to be secure against violent assault….
Senses, Imagination, and Thought. Being able to use the senses, to imagine, think, and reason and to do these things in a “truly human” way, a way informed and cultivated by an adequate education,… Being able to use one’s mind in ways protected by guarantees of freedom of expression...
Emotions. Being able to have attachments to things and people outside ourselves;…(Supporting this capability means supporting forms of human association that can be shown to be crucial in their development.)
Practical Reason. Being able to form a conception of the good and to engage in critical reflection about the planning of one’s life. (This entails protection for the liberty of conscience and religious observance.)
Affiliation.
Being able to live with and toward others, to recognize and show concern for other humans, to engage in various forms of social interaction;...(Protecting this capability means protecting institutions that constitute and nourish such forms of affiliation, and also protecting the freedom of assembly and political speech.)
Having the social bases of self-respect and non-humiliation; being able to be treated as a dignified being whose worth is equal to that of others. This entails provisions of nondiscrimination...
Other Species…
Play. Being able to laugh, to play, to enjoy recreational activities.
Control over one’s Environment.
Political. Being able to participate effectively in political choices that govern one’s life; … protections of free speech and association.
Material. Being able to hold property …, and having property rights on an equal basis with others; having the right to seek employment on an equal basis with others;...In work, being able to work as a human, exercising practical reason and entering into meaningful relationships of mutual recognition with other workers.’ 7
Een samenleving is volgens haar pas sociaal rechtvaardig als op elk vlak het drempelniveau wordt ‘gehaald’. Het een kan niet worden uitgeruild tegen het ander; ze zijn allemaal nodig. Als een samenleving op één vlak te kort schiet, is het geen ‘just society’, hoe welvarend ook.8
Cruciaal is dat sociale rechtvaardigheid alleen kan worden bereikt als mensen de vrijheid hebben omzelf te kiezen hoe zij van de mogelijkheden gebruikmaken. Bekend is het voorbeeld van drie mensen, waarvan de eerste eet, maar de tweede en derde hongeren. De tweede hongert omdat hij vast, uit overtuiging, terwijl de derde slachtoffer van hongersnood is. Het resultaat voor de tweede en derde persoon is gelijk: zij eten allebei niet. Toch hebben zij een verschillende ‘capabilityset’: de tweede kán eten maar kiest er voor om dat niet te doen, de derde heeft die keuze niet en heeft dus niet de eerste capability van life of de tweede van bodily health. Bij de derde persoon geeft de samenleving hem niet de mogelijkheden om te kiezen tussenwel of niet eten. Het resultaat voor de eerste en de tweede persoon is verschillend: de een eet, de ander niet. Toch is hun ‘capabilityset’ wel gelijk; alleen hun keuze is anders. Menswaardige ontwikkeling staat of valt met de keuzevrijheid. Daarom wordt vrijheid wel de basis capability genoemd. Wezenlijk is wel dat een échte keuzevrijheid bestaat: als iemand alleen middelen heeft die hem moeten doen kiezen tussen het kopen van voedsel of noodzakelijke medicijnen dan is dat geen reële keuze. Door vrijheid zo centraal te stellen, maakt Nussbaum ruimte voor een grote variëteit aan levenskeuzes en levensstijlen, zowel op individueel als op cultureel niveau en maakt zij tevens inzichtelijk dat de manier waarop de capabilities gestalte krijgen in principe pluriform is.9 De betrekkelijke algemeenheid van de tien essentiële menselijke capabilities geeft ruimte aan concretisering in overeenstemming met de lokale omstandigheden en eigen overtuigingen (principle of multiple realizability).10
In de theorie van sociale rechtvaardigheid van Nussbaum zitten spiegelbeelden van Rawls’ theorie. De capabilities-benadering gaat uit van burgers als afhankelijke, behoeftige en capabele wezens en stelt met het oog op het garanderen van gelijke waardigheid de vraag naar wat deze burgers daadwerkelijk kunnen doen en zijn.11 Vanwege het voorgestelde concept van rechtvaardigheid, te weten de vrijheid om te werken aan de lijst met centrale menselijke vermogens, zou het beter geschikt zijn om de waarde van gelijke waardigheid daadwerkelijk in de praktijk te realiseren. De achterliggende reden hiervoor is dat het persoonsbegrip dat Nussbaum hanteert realistischer is.
Contracttheorieën zoals die van Rawls gaan er van uit dat mensen een contract willen sluiten met anderen die min of meer dezelfde capaciteiten hebben en in staat zijn tot economische productiviteit. Op die manier kan een contract tot wederzijds voordeel leiden. Het probleem in een contracttheorie met mensen met beperkingen, zoals gehandicapten maar ook arbeidsongeschikten, is dat zij minder bij kunnen dragen dan ze kosten. Er is teveel verschil met de andere partijen, zodat het niet ‘voordelig’ is om ze mee te laten onderhandelen.12 Daarbij wordt er bij Rawls van uit gegaan dat mensen handelen uit eigenbelang.13
Rawls’ poging om in een contractstheorie zowel eigenbelang, wederzijds voordeel als de gehandicapte als contractspartner met elkaar te verenigen, gaat er van uit dat de beperkte mens in staat is bij te dragen aan de samenleving als aan zijn beperkingen wordt tegemoet gekomen of hij wordt gere-integreerd. Aan die tegemoetkoming of re-integratie zouden allen moeten bijdragen die het voordeel genieten van hun bijdrage aan de samenleving. Voor degenen die niet zouden kunnen worden gereintegreerd bestaat dan de optie van ‘a “mutually advantageous” social insurance scheme that offers a dignified standard of care for anyone who needs it.’ Om dit te kunnen laten werken moet iedereen instemmen met gelijke premies van achter het veil of ignorance, dus zonder hun eigen situatie te kennen. Bezwaar tegen deze poging is dat de kosten van tegemoetkoming en re-integratie (premies) niet opwegen tegen het redelijkerwijs te verwachten voordeel (de bijdragen van de mensen met beperkingen).14 Nussbaum stelt daartegenover dat de aanname dat mensen handelen vanuit betrokkenheid bij alle menselijke wezens niet méér controversieel is dan de aanname dat men handelt vanuit eigenbelang. Het is alleen een andere aanname en daarom even acceptabel. Zij wil er daarom liever van uit gaan dat een persoon bij het aangaan van de contractsbesprekingen kiest voor gedeelde doelen en een gedeeld leven. Vervolgens moet ‘de kwaliteit van leven’ worden afgemeten aan en rechtvaardigheid worden gebaseerd op een verdeling van capabilities, in plaats van op een verdeling van primaire goederen (zoals inkomen) waar Rawls op uitkomt. De capabilities-benadering gaat er immers van uit dat de kwaliteit van leven wordt bepaald door de mate waarin mensen kunnen doen wat ze willen doen en kunnen zijn wie ze willen zijn. Hierbij zou een rechtvaardige samenleving iedereen, dus ook mensen met beperkingen zo veel mogelijk direct capabilities (in de zin van kansen om te kiezen) moeten geven.15