De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.2.2:16.2.2 Toepasselijkheid regels boek 2 BW omtrent schorsing, ontslag en het benoemen van bestuurders
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.2.2
16.2.2 Toepasselijkheid regels boek 2 BW omtrent schorsing, ontslag en het benoemen van bestuurders
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS368566:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 28 juni 2000, NJ 2000, 556 m.nt. Maeijer, JOR 2000/151 (Hoffman Bedrijfsrecherche).
Geerts (diss), p. 294, en Buijn en Storm, p. 1055.
Hof Amsterdam (OK) 28 april 2016, JOR 2016/302 m.nt. Bulten (Deus ex Machina).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In zijn Hoffman Bedrijfsrecherche-beschikking1 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de ondernemingskamer bij het bij wijze van eindvoorziening ontslaan van bestuurders niet is gebonden aan de regels uit Boek 2 BW ter zake. De ontslagbevoegdheid is gebaseerd op art. 2:355 BW jo. art. 2:356 BW en niet op art. 2:134/144 BW.
Tevens oordeelde de Hoge Raad dat de ondernemingskamer mag bepalen dat het ontslag eerder ingaat dan de datum van de beschikking waarin het ontslag wordt uitgesproken, dus terugwerkende kracht heeft. Bij de praktische consequenties daarvan wordt stilgestaan in par. 16.4.1.3.
In het verlengde hiervan mag worden aangenomen dat dit ook geldt voor schorsing.
De literatuur2 trekt deze lijn nog verder door en neemt eveneens aan dat de ondernemingskamer bij het tijdelijk aanstellen van bestuurders niet is gebonden aan de regels die daarop normaliter van toepassing zijn. De rechtspraak van de ondernemingskamer sluit aan bij deze literatuur.
Buiten de enquêteprocedure geldt dat voor het in functie geraken van een bestuurder is vereist dat deze zijn benoeming aanvaart. Uit de beschikkingen waarin tijdelijke bestuurders worden aangesteld blijkt een dergelijke aanvaarding niet. In de praktijk zal de tijdelijke bestuurder vooraf te kennen gegeven hebben deze aanstelling te aanvaarden.
Voor het ontslag van gewone bestuurders geldt dat zij eenzijdig ontslag kunnen nemen. Bij tijdelijke bestuurders is het de praktijk dat zij de ondernemingskamer verzoeken om hen uit hun functie te ontheffen. De enkele reden dat zij daarom verzoeken volstaat voor de honorering van een dergelijk verzoek.3 Mijns inziens kunnen tijdelijke bestuurder ook zonder een dergelijke ontheffing hun functie neerleggen.