Einde inhoudsopgave
De verklaring voor recht (BPP nr. XVIII) 2015/71
71 Wet deelgeschilprocedure
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens, datum 23-03-2015
- Datum
23-03-2015
- Auteur
mr. N.E. Groeneveld-Tijssens
- JCDI
JCDI:ADS400589:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2010, 221.
Kamerstukken II 2007/2008, 31518, nr. 3, p. 2.
Kamerstukken II 2007/2008, 31518, nr. 3, p. 18.
Kamerstukken II 2008-2009, 31518, nr. 8, p. 2. Zie ook De Groot, TCR 2011, p. 47. Zie bijvoorbeeld Rb. Rotterdam 6 oktober 2010, NJF 2010, 459 over de vraag of een werkgever zijn zorgplicht ex art. 7:658 BW had geschonden. De rechtbank beantwoordde die vraag bevestigend en verklaarde dienovereenkomstig voor recht.
Zie http://wodc.nl/onderzoeksdatabase/2420-doeltreffendheid-en-effecten-van-de-wetdeelgeschilprocedure- voor-letsel-en-overlijdensschade.aspx.
Kamerstukken II 2007-2008, 31518, nr. 3, p. 2.
Art. 1019bb Rv.
Kamerstukken II 2007-2008, 31518, nr. 3, p. 21 en 22.
Asser Procesrecht/Van Schaick 2 2011/ 107.
Kamerstukken II 2007-2008, 31518, nr. 3, p. 20.
Sinds 1 juli 2010 is het mogelijk om in geschillen over letsel- en overlijdensschade te procederen over een deel van het geschil. Op grond van de Wet deelgeschilprocedure is een nieuwe titel, titel 17, ingevoerd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (art. 1019w-1019cc RV).1 De deelgeschilprocedure is een verzoekschriftprocedure waarin partijen een beslissing kunnen krijgen in deelgeschillen die partijen belemmeren bij de totstandkoming van een minnelijke regeling over een vordering tot vergoeding van letsel- of overlijdensschade.2Art. 1019z Rv bepaalt dat de rechter het verzoek afwijst als de verzochte beslissing naar zijn oordeel onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingovereenkomst. In die bepaling komt de ratio van de deelgeschilprocedure tot uitdrukking: de deelgeschilprocedure dient buitengerechtelijke onderhandelingen te bevorderen.3 Om te kunnen beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst, moet de verzoeker op grond van art. 1019x lid 3 sub c Rv in het verzoekschrift een zakelijk overzicht van de inhoud en het verloop van de onderhandelingen over de vordering geven.4
In de deelgeschilprocedure kunnen in beginsel alle procedurele aspecten van de buitengerechtelijke afwikkeling van gevallen van letsel- en overlijdensschade aan de orde komen. Dat deelgeschil kan zowel betrekking hebben op een materieelrechtelijke als een procesrechtelijke vraag. Het dictum van een deelgeschilbeslissing kan bijvoorbeeld een procesrechtelijke of materieelrechtelijke instructie voor partijen bevatten, een veroordeling of een verklaring voor recht. Als partijen de rechter verzoeken om uitspraak te doen over de vraag of sprake is van causaal verband tussen fout en schade of wie aansprakelijk is voor bepaalde schade, dan zal de eiser dat via de vordering die strekt tot verklaring voor recht moeten doen.5 In het kader van de deelgeschilprocedure is de vordering die strekt tot een verklaring voor recht nodig als partijen bijvoorbeeld enkel vastgesteld willen hebben of er onrechtmatig is gehandeld. In het kader van de deelgeschilprocedure vervult de verklaring voor recht dus een schikkingsbevorderende functie. Althans, dat laatste is de bedoeling. Of de (verklaring voor recht in het kader van de) deelgeschilprocedure daadwerkelijk schikkingsbevorderend werkt, is nog niet bekend. Op grond van artikel V Wet deelgeschilprocedure dient de Minister van Justitie binnen vier jaar na inwerkingtreding van de wet verslag uit te brengen aan de Staten-Generaal over de doeltreffendheid van de wet in de praktijk. Dat verslag zou inmiddels dus moeten zijn uitgebracht. Dat dit nog niet het geval is, is niet verassend. De Minister van Justitie heeft in de memorie van toelichting namelijk al gesteld dat zeker een periode van vijf jaar nodig lijkt om voldoende gegevens te kunnen verzamelen op grond waarvan betrouwbare conclusies kunnen worden getrokken. Over de aard van de evaluatie schrijft hij dat zal worden nagegaan of de deelgeschilprocedure daadwerkelijk heeft geleid tot een eenvoudigere en snellere afhandeling van letsel- en overlijdensschade, alsmede of de daarna eventueel nog gevoerde bodemprocedures in eerste aanleg sneller zijn verlopen. Het onderzoek voor de evaluatie wordt momenteel uitgevoerd door het WODC.6 Als de evaluatie positief uitvalt, is het mogelijk dat het toepassingsgebied van de wet wordt uitgebreid.7 Over de omvang van de mogelijke uitbreiding heeft de wetgever zich nog niet uitgelaten.
Als partijen aan de hand van de deelbeslissing niet tot een minnelijke regeling kunnen komen, is de vraag in hoeverre de rechter nu bindend in een deelgeschilprocedure de rechtsverhouding of een deel daarvan heeft vastgesteld. Tegen de beslissing in een deelgeschilprocedure kunnen partijen niet in hoger beroep.8Art. 1019cc lid 1 Rv bepaalt dat voor zover in de beschikking uitdrukkelijk en zonder voorbehoud is beslist op een of meer geschilpunten tussen partijen betreffende hun materiële rechtsverhouding, de rechter daaraan in de procedure ten principale op dezelfde wijze is gebonden als wanneer de beslissing zou zijn opgenomen in een tussenvonnis in die procedure. De wetgever licht die beslissing als volgt toe:
‘Om een effectieve invloed te hebben op de onderhandelingen dient aan deze uitspraken een zekere, maar niet te grote, bindende kracht te worden toegekend in de bodemprocedure. Door aan deze categorie beslissingen dezelfde bindende kracht te verbinden als die van een bindende eindbeslissing in een tussenvonnis in de bodemprocedure, wordt de rechtsverhouding tussen partijen duurzaam vastgesteld. Er wordt immers uitdrukkelijk en zonder voorbehoud stelling genomen ten aanzien van een deelgeschil waardoor partijen daadwerkelijk in staat worden gesteld om hun schaderegelingstraject zelf verder buitengerechtelijk op te lossen.’9
Zoals uit de rechtspraak blijkt, is het niet zo dat de rechter op een bindende eindbeslissing nooit terug kan komen.10 Daar komt bij dat een beslissing in een deelgeschilprocedure geen gezag van gewijsde krijgt.11 De beschikking in de deelgeschilprocedure krijgt dus wel kracht van gewijsde maar geen gezag van gewijsde. In die zin wijkt het declaratoire vonnis in het kader van een deelgeschilprocedure af van een declaratoir vonnis in een bodemprocedure.