Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.3.3.5:6.3.3.5 De beslaglegging
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.3.3.5
6.3.3.5 De beslaglegging
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS592314:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De executie vindt dan plaats met inachtneming van art. 544-549 Rv. Ik laat de overneming door de hypotheekhouder hier verder buiten beschouwing.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Betekening van de executoriale titel
291. Voordat het executoriale beslag kan worden gelegd, moet de executoriale titel door de deurwaarder worden betekend aan de partij “tegen wie de executie zich zal richten” (art. 430 lid 3 Rv). Ook geeft de deurwaarder hem het bevel binnen twee dagen aan de executoriale titel te voldoen (art. 439 lid 1 Rv). Het beslag kan volgens art. 439 lid 1 Rv, tweede volzin, pas worden gelegd na ongebruikt verloop van de tweedagentermijn. Bij beslag op het goed van de derde is de derde te beschouwen als “de partij tegen wie de executie zich richt” in de zin van art. 430 lid 3 Rv. Mijns inziens moet een executoriale titel dan ook, ongeacht of het een titel tegen de schuldenaar of tegen de derde is, worden betekend aan de derde. In de wet is verder niets te vinden over overbetekening van de executoriale titel aan de ander.1 Aangezien de derde niet de schuldenaar is, is het wettelijk voorgeschreven bevel om binnen de twee dagen alsnog aan de titel tot het dulden van de executie te voldoen aan ‘dovemansoren’ gericht. Het ligt mijns inziens voor de hand om art. 435 Rv wel analoog toe te passen zodat de deurwaarder de titel ook aan de schuldenaar betekent. De schuldenaar heeft dan de mogelijkheid om alsnog binnen twee dagen aan de titel te voldoen. Overigens houdt art. 432 Rv een wachttermijn in van acht dagen voor tenuitvoerlegging tegen een derde van een uitspraak die niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
Beslaglegging op teruggehouden roerende zaken
292. Op grond van art. 440 lid 1 Rv geschiedt de beslaglegging op roerende zaken bij deurwaardersexploot dat voldoet aan de daar gestelde eisen. In art. 440 Rv wordt niet aangeduid bij wie de beslaglegging plaatsvindt; art. 443 Rv gaat ervan uit dat de deurwaarder in een proces-verbaal de goederen beschrijft waar het beslag op gelegd wordt. Nu de beslagen zaak zich niet bij de derde, maar bij de retentor zelf bevindt, zal de beschrijving door de deurwaarder ook daar gebeuren. De deurwaarder legt het beslag door het uitbrengen van het exploot dat voldoet aan de eisen van art. 440 Rv aan de derde, want dat is de geëxecuteerde. De zaak of zaken moeten nauwkeurig worden beschreven met opgave van hun getal, gewicht en maat (zie art. 443 Rv). Binnen drie dagen nadat de goederen zijn aangeduid, wordt dit proces-verbaal betekend aan de geëxecuteerde – dus aan de derde (art. 443 Rv). Tegelijkertijd, of uiterlijk drie dagen na deze laatste betekening geeft de executant aan de derde dag en uur van de executieverkoop op (art. 449 Rv). De verkoop moet minstens vier weken na de betekening plaatsvinden (art. 462 Rv).
Beslaglegging op teruggehouden onroerende zaken
293. Ook voor beslag op onroerende zaken (door de retentor) geldt dat de titel eerst moet worden betekend aan de derde (art. 430 lid 3 Rv) en dat aan de schuldenaar het bevel moet worden gedaan binnen twee dagen aan de executoriale titel te voldoen (art. 502 Rv). Het beslag wordt na afloop van de twee dagen gelegd door middel van het opstellen van een proces- verbaal door de deurwaarder dat moet voldoen aan de vereisten die art. 504 Rv stelt. De beslaglegging is een feit door de inschrijving van dit proces-verbaal in de openbare registers (art. 505 Rv). Anders dan bij roerende zaken is niet vereist dat de deurwaarder zich begeeft naar de onroerende zaak of het adres van de geëxecuteerde. Een afschrift van het proces-verbaal moet aan de derde – als geëxecuteerde in de zin van art. 505 lid 1 Rv – worden betekend. Als bij de raadpleging van de openbare registers blijkt dat een hypotheek rust op de onroerende zaak, dan moet de beslaglegger het beslag aan de hypotheekhouder overbetekenen (art. 508 Rv). De hypotheekhouder kan de executie dan overnemen (art. 509 Rv).2 De verkoop geschiedt onder begeleiding en toezicht van een notaris (art. 514 Rv). Binnen veertien dagen na zijn aanstelling stelt hij dag, uur en plaats van de verkoop vast en deelt dit mee aan de derde (art. 515 Rv). De verkoop kan niet eerder plaatsvinden dan dertig dagen nadat deze is bekend gemaakt via een of meerdere algemeen toegankelijke websites (art. 516 Rv).