Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.4.1:12.4.1 Inleiding
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/12.4.1
12.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS487207:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Ontwerp-Meijers (art. 5.1 lid 1) werd de erfdienstbaarheid omschreven als
‘een last waarmede een onroerende zaak – het dienende erf – ten behoeve van een andere onroerende zaak – het heersende erf – is bezwaard en waardoor het nut dat het heersend erf naar zijn aard of bestemming aan zijn eigenaar kan verschaffen, wordt verhoogd.’
In het huidige Burgerlijk Wetboek wordt in art. 5:70 de erfdienstbaarheid omschreven als een last waarmee een onroerende zaak ten behoeve van een andere onroerende zaak is bezwaard.
Cruciaal in deze tekstwijziging zijn de begrippen ‘nut’ en ‘ten behoeve van’.