Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/13.6.2:13.6.2 Mogelijkheden om maatschappelijke welvaart te verhogen
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/13.6.2
13.6.2 Mogelijkheden om maatschappelijke welvaart te verhogen
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS301694:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
541. Of het de overheid daadwerkelijk lukt om de maatschappelijke welvaart te verhogen door aanspraken toe te kennen, is lastig om in zijn algemeenheid te zeggen. Al deze wilsrechten hebben hun eigen toepassingsvoorwaarden en een eigen doel. Daarnaast wordt door het inzetten van deze wilsrechten gezorgd voor gedwongen herverdeling, omdat degene die het wilsrecht kan inroepen een betere uitgangspositie verkrijgt dan de partij tegen wie het wilsrecht kan worden ingeroepen. In welke mate zij hun nut daardoor zien toe- of afnemen en wat daar het nettoresultaat van is, laat zich niet met zekerheid vaststellen.
542. Eén relevant aspect in het kader van het verhogen van maatschappelijke welvaart is de voorspelbaarheid van de oplossingen die het vermogensrecht biedt indien aanspraken worden toebedeeld door de overheid. Het voordeel daarvan is dat deelnemers aan het vermogensrecht zich op het bestaan van de toebedeelde aanspraken kunnen instellen (zie randnummer 513). Zo weet iemand bijvoorbeeld dat hij de mogelijkheid heeft om beslag te leggen of over te gaan tot het aanvragen van een faillissement als hij niet betaald wordt. Dat stelt hem in staat om zijn gedrag op deze mogelijkheden af te stemmen. Omdat deze mogelijkheden steeds aanwezig zijn, is het minder nodig om zelf dure maatregelen te nemen om mogelijke risico’s te ondervangen (zie randnummer 209).
543. Dit betekent dat het voor deelnemers aan het vermogensrecht niet zomaar mogelijk moet zijn om door de overheid toebedeelde juridische posities met werking jegens derden weg te nemen (zie paragraaf 13.5).