JAR 2018/258
Overleggen deskundigenverklaring geen vereiste in kort geding.
HR 14-09-2018, ECLI:NL:HR:2018:1673
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
14 september 2018
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, A.H.T. Heisterkamp, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
17/03252
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Arbeidsrecht (V)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1673, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 14‑09‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑08‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:626, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 01‑06‑2018
- Wetingang
Art. 7:629, 7:629a BW; art. 254 Rv
Essentie
De werknemer werkt sinds 20 augustus 2012 bij de werkgever, laatstelijk in de functie van technisch medewerker. Op 23 januari 2015 is de werknemer een bedrijfsongeval overkomen. De verzekeraar heeft aansprakelijkheid erkend en wikkelt de schade af. Na het ongeval is de werknemer niet meer op het werk verschenen. Volgens de werknemer heeft hij door het ongeval ernstig letsel opgelopen aan beide enkels en kampt hij bovendien met een posttraumatische stress-stoornis. De werkgever heeft per 18 januari 2016 de loonbetaling stopgezet. De werknemer heeft in kort geding doorbetaling van loon gevorderd. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen en het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.