Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/933
Medeplegen moord (art. 289 Sr) en vuurwapenbezit (art. 26 lid 1 WWM). 1. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof uitgaan van 2-jaarstermijn i.p.v. 16-maandentermijn, nu verdachte zich in voorlopige hechtenis bevond? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 13 jaren). Wekt opgelegde straf verbazing gelet op strafeis in hoger beroep en in eerste aanleg opgelegde straf? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 01-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1348
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
23/02771
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1348, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:603, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑06‑2024
Essentie
Medeplegen moord (art. 289 Sr) en vuurwapenbezit (art. 26 lid 1 WWM). 1. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof uitgaan van 2-jaarstermijn i.p.v. 16-maandentermijn, nu verdachte zich in voorlopige hechtenis bevond? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 13 jaren). Wekt opgelegde straf verbazing gelet op strafeis in hoger beroep en in eerste aanleg opgelegde straf? HR: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02771
Datum 1 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.