Einde inhoudsopgave
Levering en verpanding (O&R nr. 90) 2016/5.4.2
5.4.2 Aandelen op naam in een besloten vennootschap en niet-beursgenoteerde naamloze vennootschap
mr. B.A. Schuijling, datum 28-01-2016
- Datum
28-01-2016
- Auteur
mr. B.A. Schuijling
- JCDI
JCDI:ADS473187:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:86/196 lid 1 BW. Zie ook NvW, Kamerstukken II 1990/91, 21 155, nr. 7, p. 4.
Dit volgt uit de art. 2:86a/196a lid 1 BW. Zie tevens Asser-Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/369. Bij de vestiging van een pandrecht op de aandelen in een besloten vennootschap kan de mogelijkheid tot spontane erkenning door de vennootschap worden uitgesloten. Zie art. 2:198 lid 5 BW en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/430.
Zie ook Veerbeek 2003, p. 29, die betoogt dat een catch-all bepaling kan volstaan, mits deze de aandelen voldoende bepaalt.
Vgl. art. 3:40 lid 2 en 3 BW en Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/314-327. Van ongeldigheid op grond van art. 3:39 BW is geen sprake, nu de inhoudelijke eisen aan de akte niet kunnen worden aangemerkt als vormvereisten voor de geldigheid van de vestigingshandeling. Aldus ook De Kraker 2003, p. 107. Zie ook Asser/ Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/272-281. De verplichte notariële akte is daarentegen wel een vormvereiste.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/367 geeft een bondig overzicht van de meest recente wetsgeschiedenis op dit punt.
Wet van 16 mei 1986, Stb. 1986, 275.
Wet van 3 september 1992, Stb. 1992, 458.
MvT, Kamerstukken II 1988/89, 21 155, nr. 3, p. 4. Zie ook MvA, Kamerstukken I 1985/86, 16 631, nr. 27b, p. 28 en 41.
Kamerstukken II 1991/92, 21 155, nr. 17. Vanaf 1989 was op instigatie van de KNB het idee opgekomen om de levering en bezwaring van aandelen op naam slechts bij notariële akte toe te staan.
Tweede nader gewijzigd voorstel van wet, Kamerstukken I 1991/92, 21 155, nr. 211.
Kamerstukken II 1990/91-1991/92, 21 155, nr. 7, 13 en 16.
NEV, Kamerstukken II 1991/92, nr. 12, p. 3; MvA, Kamerstukken I 1991/92, 21 115, nr. 211b, p. 3. Zie over dit onderzoek van de notaris ook Van Olffen & Zaman 1994, p. 76 e.v.
NEV, Kamerstukken II 1991/92, 21 155, nr. 12, p. 2. Bovendien kan de notaris zich bij recherche niet richten op een openbaar register. Inhoudelijke eisen aan de akte zijn dan ook niet nodig ter waarborging van de kwaliteit van dergelijke registers.
Vgl. Steneker 2012/61; Schuijling 2011, p. 1010-1011; en Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/411.
Zie ook Vermeulen 2002; Veerbeek 2003, p. 30; De Kraker 2003 en Van Oosten 2007.
231. De levering of bezwaring met een beperkt recht van aandelen op naam in het kapitaal van een (niet-beursgenoteerde) naamloze of besloten vennootschap geschiedt krachtens een daartoe bestemde akte tussen de vervreemder en verkrijger verleden ten overstaan van een in Nederland standplaats hebbende notaris.1 Door het verlijden van de notariële akte is de leverings- of vestigingshandeling voltooid. Hieraan doet niet af dat de aan het aandeel verbonden rechten pas kunnen worden uitgeoefend na erkenning door de vennootschap van de vestiging of nadat de akte aan de vennootschap is betekend.2 De wet stelt daarnaast een aantal inhoudelijke eisen aan de akte. Op grond van art. 2:86/196 lid 2 BW dient de akte onder meer te vermelden de titel van de rechtshandeling en de wijze waarop het aandeel is verkregen, het aantal en de soort aandelen waarop de rechtshandeling betrekking heeft.
Bij de levering of verpanding bij voorbaat van toekomstige aandelen vormt de eis van een notariële akte geen obstakel. Deze akte kan reeds vóór de verkrijging van de aandelen worden opgemaakt. Het kan echter problematisch zijn in deze akte de voornoemde gegevens te vermelden. In ieder geval geldt dit voor de vermelding van de wijze waarop het aandeel is verkregen, aangezien een levering of verpanding van toekomstige aandelen naar haar aard aandelen betreft die de vervreemder nog niet heeft verkregen. Daarnaast zal een specifieke vermelding van het aantal en de soort van de te leveren aandelen niet zelden lastig zijn. De wettekst en de toelichting daarop laten in het midden in hoeverre de vereiste gegevens gespecificeerd dienen te worden of dat kan worden volstaan met een meer generieke aanduiding van de wijze van verkrijging, het aantal en de soort (zoals “alle toekomstige aandelen, op welke wijze dan ook verkregen”).3 Voor zover art. 2:86/196 lid 2 BW een specifieke vermelding eist, rijst de vraag of deze inhoudelijke eisen constitutief zijn voor de geldigheid van de akte. Ook op dit punt laten de tekst van de wet en de parlementaire toelichting zich niet uitdrukkelijk uit. De bepalingen vermelden niet de civielrechtelijke sanctie op het schenden van het voorschrift. Of de levering mogelijk ongeldig is wegens strijd met art. 2:86/196 lid 2 BW, is uiteindelijk afhankelijk van de strekking van deze regeling.4
Bij het achterhalen van deze strekking is de bijzondere wetsgeschiedenis van de art. 2:86 en 196 BW van belang. De totstandkoming van deze artikelen was complex en langdurig.5 Aanvankelijk bevatten de vastgestelde art. 2:86 en 2:196 BW slechts de verplichting tot vermelding van de gegevens van de partijen bij de akte.6 Krachtens een latere wet zijn daar elementen aan toegevoegd.7 In het ontwerp van deze latere wet was opgenomen de plicht tot vermelding van het aantal en de soort van de betrokken aandelen. Over deze plicht werd van regeringszijde opgemerkt dat zij niet op straffe van nietigheid van de rechtshandeling was voorgeschreven. Niet-nakoming van deze verplichting zou daarentegen “slechts” een economisch delict kunnen opleveren in de zin van de Wet op de Economische Delicten.8 Daarna is aan het wetsvoorstel de verplichte notariële tussenkomst toegevoegd. Bij amendement werd voorgesteld om een notariële akte verplicht voor te schrijven, vooral om de rechtszekerheid bij de handel in aandelen te vergroten. Daarbij werd voorgesteld om de strafrechtelijke sanctie op niet-naleving van de voorschriften uit art. 2:86/196 lid 2 BW te laten vervallen.9 Na aanname van dit amendement is het wetsvoorstel in deze zin gewijzigd.10 In verband met de notariële tussenkomst zijn de inhoudelijke eisen aan de akte verder aangevuld met vermelding van de wijze waarop het aandeel is verkregen.11 Dit laatste is geschied om het onderzoek door de notaris naar de beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder te vergemakkelijken.12
Uit de totstandkomingsgeschiedenis valt op te maken dat de wetgever niet de bedoeling heeft gehad om de levering en verpanding van toekomstige aandelen onmogelijk te maken. De wetgever heeft zich echter niet gerealiseerd voor welke moeilijkheden de eisen van art. 2:86/196 lid 2 BW in dat verband kunnen zorgen. Uit de parlementaire behandeling volgt tevens dat nietigheid van de levering bij een niet nauwkeurige vermelding van het aantal en de soort aandelen nimmer is beoogd. Hetzelfde ligt in de rede voor de niet-specifieke vermelding van de wijze van verkrijging. Het enkele vervallen van de aanvankelijk geplande strafrechtelijke sanctie heeft hier mijns inziens geen verandering in gebracht. Ook uit de verplichte notariële tussenkomst mag mijns inziens niet anders worden afgeleid. De met de verplichte notariële akte beoogde rechtszekerheid en de vergemakkelijking van het onderzoek aan de hand van de gegevens opgesomd in art. 2:86/196 lid 2 BW nopen daar niet toe. De wetgever heeft uitdrukkelijk niet beoogd om een met het registergoederenrecht te vergelijken mate van rechtszekerheid te bereiken.13
Een redelijke wetsuitleg brengt daarom mee dat bij levering bij voorbaat van toekomstige aandelen de gegevens voor zover mogelijk moeten worden vermeld.14 Een generieke omschrijving van de wijze van verkrijging, het aantal en de soort aandelen leidt echter niet tot nietigheid van de leverings- of vestigingshandeling. Het volstaat in dit verband dat de levering of vestiging voldoende bepaald is.15 Voor een geldige levering of verpanding van toekomstige aandelen is naar mijn mening daarom voldoende dat de betrokken aandelen (en de betrokken partijen) – eventueel achteraf – identificeerbaar zijn aan de hand van de akte.