NJB 2025/2021
Verzoek om een geldelijke tegemoetkoming vanwege de onttrekking aan het verkeer, art. 33c lid 2 jo 36b lid 2 Sr: de Hoge Raad gaat in op de met art. 1 Eerste Protocol EVRM samenhangende ratio van de regeling. In casu heeft de rechtbank geoordeeld dat de belanghebbende niet onevenredig is getroffen door de onttrekking aan het verkeer van de personenauto en heeft zij het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming afgewezen. De rechtbank heeft haar oordeel niet toereikend gemotiveerd, omdat de rechtbank niet de waarde van het voorwerp ten tijde van de inbeslagneming heeft betrokken en ook niet nader heeft uiteengezet waarom het gedrag van de belanghebbende zou maken dat zij niet onevenredig wordt getroffen door aan haar geen geldelijke tegemoetkoming toe te kennen.
HR 01-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1032
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
23/03571 B
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1032, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:473, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Verzoek om een geldelijke tegemoetkoming vanwege de onttrekking aan het verkeer, art. 33c lid 2 jo 36b lid 2 Sr: de Hoge Raad gaat in op de met art. 1 Eerste Protocol EVRM samenhangende ratio van de regeling. In casu heeft de rechtbank geoordeeld dat de belanghebbende niet onevenredig is getroffen door de onttrekking aan het verkeer van de personenauto en heeft zij het verzoek om een geldelijke tegemoetkoming afgewezen. De rechtbank heeft haar oordeel niet toereikend gemotiveerd, omdat de rechtbank niet de waarde van het voorwerp ten tijde van de inbeslagneming heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.