BR 2025/11
Verkrijging door bevrijdende verjaring van een in bezit genomen gedeelte van een aangrenzend perceel. Voor ‘publieke grond’ geldt geen afzonderlijke, van die voor particuliere grond afwijkende inbezitnemingsmaatstaf. Met de eventuele publieke bestemming moet rekening worden gehouden in het kader van de verkeersopvatting, die moet worden toegepast bij de beoordeling van de vraag of sprake is van bezit.
HR 08-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1606, m.nt. Y.E.M. Cremers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/03434
- Noot
Y.E.M. Cremers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS995479:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht (V)
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1606, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:804, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑08‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑10‑2023
- Wetingang
(Art. 3:105, 3:108, 3:113 BW)
Essentie
Verkrijging door bevrijdende verjaring van een in bezit genomen gedeelte van een aangrenzend perceel. Voor ‘publieke grond’ geldt geen afzonderlijke, van die voor particuliere grond afwijkende inbezitnemingsmaatstaf. Met de eventuele publieke bestemming moet rekening worden gehouden in het kader van de verkeersopvatting die moet worden toegepast bij de beoordeling van de vraag of sprake is van bezit.
Samenvatting
Verweerder maakt gebruik van een gedeelte van het aangrenzende perceel van de Gemeente dat ongeveer dertig jaar geleden door zijn rechtsvoorganger bij zijn perceel is betrokken. Wanneer de Gemeente verweerder te kennen geeft dat hij zonder recht gebruikmaakt van een haar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.